Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken
Hoewel de Akademie en het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten (1808-1851) in het verleden over onvoldoende financiële middelen beschikten om het Trippenhuis goed in te richten, is er toch een aantal stukken met historische waarde aanwezig.
Uit de instituutstijd stammen het meubilair van de oude vergaderzaal en de muntenkasten, in 1843 door het legaat van Hoeufft ontvangen. Uit dezelfde periode dateert de 'Koninklijke' zetel. Mogelijk is dit een eind achttiende-eeuwse stoel.
Na het vertrek van het Rijksmuseum uit het Trippenhuis, is in 1887 een grote aanschaf van meubilair gedaan voor de inrichting van de vrijgekomen kamers en zalen. De familie Pfersich kreeg een bestelling van grote tafels en veertig met leerdoek beklede stoelen. Een aantal stukken daarvan is nog in het Trippenhuis aanwezig, zoals de vergadertafel in de Bestuurskamer en twaalf stoelen met gebeeldhouwde koppen.
Andere belangrijk stukken uit de Akademietijd zijn de kast van Knoll (ontvangen in 1881) voor de door P. Knoll geschonken collectie van de schrijver en dichter Jacob van Lennep (1802-1868) en het vuurscherm van C.A. Lion Cachet, vervaardigd in 1925 voor de Oude Vergaderzaal. De stoelen in de Oude Vergaderzaal behoren tot het oudste bezit van de Akademie. Deze zijn in 1811 aangeschaft. Aanvankelijk betrof het een serie van zestig stoelen, die later is uitgebreid.
In het Trippenhuis waren elf schilderijen aanwezig toen het Koninklijk Instituut in 1812 zijn intree nam. Hiervan hangen er nog drie in het Trippenhuis. Dit zijn het grote portret van de familie Van Loon door Dirck Metius uit 1648; de voetwassing van Christus, een kopie naar Rubens door een onbekende kunstenaar en de Mucius Scaevola, schilder onbekend. De overige waardevolle schilderijen, waaronder het gezicht op Juletha Bruk door Allard van Everdingen, zijn in het verleden afgestaan of in bruikleen gegeven.
De voetwassing van Christus en de Mucius Scaevola fungeren nu als schoorsteenstuk in respectievelijk de Rembrandtzaal en de Bilderdijkkamer. Zij behoren samen met de vier dessus-de-porte van Van Everdingen tot het oudste bezit van de Akademie. De overige schilderijen in het Trippenhuis zijn in een later stadium gekomen.
De KNAW bezit een kleine verzameling portretten van geleerden en kunstenaars, die de wanden van diverse vertrekken van het Trippenhuis sieren. Naast de getekende en geschilderde portretten zijn er marmeren borstbeelden van Boerhaave, Chr. Huygens, Hugo de Groot, Van Kinsbergen, Rubens, Van Swinden, Hooft, Falck en Opzoomer.
De beeldhouwer P.J. Gabriël maakte deze beelden in opdracht van luitenant-admiraal Jan Hendrik van Kinsbergen, lid van het Koninklijk Instituut en weldoener van deze instelling. Met de schenking van Van Kinsbergen werd de basis gelegd voor een galerij portretten van instituutsleden, vergelijkbaar met portrettenverzamelingen in verschillende universitaire senaatskamers.
De geschilderde portretten van leden zijn vooral door schenkingen in het Trippenhuis terechtgekomen. Everwinus Wassenbergh schonk zijn in 1808 door Van der Kooi gemaakt portret aan het Instituut. In 1831 ontving de Akademie een door C.H. Hodges geschilderd portret van Willem Bilderdijk. In de late negentiende eeuw kwamen er nog de portretten bij van C.W. Opzoomer, geschilderd in 1871 door J.G. Schwartze en van J.H.C. Kern, in 1909 geschilderd door J.P. Veth.
Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken