Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken
Andrew Fire kreeg de Dr. H.P. Heinekenprijs voor Biochemie en Biofysica 2004 voor 'zijn ontdekking van RNA-interferentie'.
Andrew Fire ontdekte dat je door dubbelstrengs RNA in te brengen in een cel de werking van afzonderlijke genen kunt stilleggen. Dat inzicht heeft vergaande gevolgen. Aan vrijwel alle biologische processen ligt de aanmaak van eiwitten ten grondslag. Het zijn de genen die daar de leiding over voeren, maar zonder RNA (ribonucleïnezuur) zouden de juiste bouwinstructies nooit de werkplaats voor de bouw van eiwitten (de ribosomen) bereiken. Een gen komt pas tot expressie, zoals genetici het noemen, wanneer RNA de opdracht heeft doorgegeven. Normaal gesproken bevat een RNA-molecuul een kopie van één van de twee strengen van het DNA van een bepaald gen, maar uit experimenten was halverwege de jaren tachtig al gebleken dat de andere streng van het RNA (het zogeheten anti-sense-RNA) soms in staat bleek de activiteit van een RNA te remmen. Fire kwam er, in samenwerking met zijn collega dr. Craig Mello, in 1998 achter dat dubbelstrengs RNA de synthese van eiwitten met grote efficiëntie blokkeert: vandaar RNA-interferentie. Maar ook buiten het laboratorium, en niet alleen in het wormpje C. elegans waar Fire mee werkte, vindt RNA-interferentie plaats. Het bleek al snel om een evolutionair goed bewaard mechanisme te gaan dat een centrale rol speelt in de natuurlijke ontwikkeling van alle schimmels, planten en dieren, en dat bijvoorbeeld bij de afweer tegen virusinfectie van groot belang is. Dit fundamentele inzicht in de werking van de natuur leverde een nieuwe, al gauw verder ontwikkelde techniek op om de functie van genen mee te bepalen. Want al zijn er de afgelopen jaren heel wat complete genomen beschreven, waar al die genen voor dienen is daarmee nog verre van duidelijk. Nu kan op celniveau gekeken worden naar de effecten van het uitschakelen of storen van een enkel gen, en dus naar de rol die zo'n gen heeft. Onderzoekers proberen inmiddels ook om in levende organismen specifieke genen te remmen. De hoop en verwachting dat de ontdekking van RNA-interferentie zal bijdragen aan de ontwikkeling van therapieën (tegen kanker, genetische aandoeningen, virusziekten) groeien daarmee vrijwel met de dag.
Fire A., Xu S., Montgomery M.K., Kostas S.A., Driver S.E., Mello C.C., Potent and specific genetic interference by double-stranded RNA in Caenorhabditis elegance, Nature 391 (6669): 806-811, 1998 Timmons L., Fire A., Specific interference by ingested dsRNA, Nature 395 (6705): 854, 1998
interview met Andrew Fire in Akademie Nieuws
Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken