Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken
27 februari 2012
Locatie: KNAW Kloveniersburgwal 29, Amsterdam Tijd: 16.00 uur
Lezingen over de stamcelaanleg in het plantenembryo, over eiwitten en het bacteriële celmembraan en een column door Paul Schnabel.
Voor alles een eerste keer - stamcelaanleg in het plantenembryo
Lezing door dr. Dolf Weijers - universitair hoofddocent Biochemie, WUR, lid van De Jonge Akademie
Evenals mens en dier bezitten planten stamcellen, cellen die de eigenschap hebben vrijwel ongelimiteerd te kunnen delen, en hierbij telkens een lichaamscel en een nieuwe stamcel te genereren. In tegenstelling tot mens en dier echter, worden deze stamcellen in planten ingezet om na de embryogenese doorlopend nieuwe organen - bladeren, stengels, bloemen, wortels - te maken. Als zodanig zijn stamcellen in planten zeer belangrijk voor de ontwikkeling, en vormen zij een aanknopingspunt voor het verbeteren van landbouwgewassen.
Ons onderzoek richt zich op de vraag hoe stamcellen voor de allereerste keer worden aangelegd in het vroege embryo. Aangezien plantencellen door hun celwanden niet kunnen bewegen, is de ontwikkeling van het jonge embryo zeer voorspelbaar, en kunnen naast de stamcellen zelf, ook hun voorlopers geïdentificeerd worden. Mede hierdoor biedt het bestuderen van dit proces de mogelijkheid om op moleculair niveau te ontrafelen hoe genregulatie stamcellen “programmeert”, en hoe het samenspel van celfuncties vervolgens leidt tot celgroei- en deling die karakteristiek is voor stamcellen. In deze korte presentatie zal ik ons onderzoek op dit terrein aan de hand van een aantal recente bevindingen illustreren en daarnaast een beeld schetsen van toekomstig onderzoek, gesubsidieerd door een ERC Starting Grant.
Hoe eiwitten en bacteriële celmembraan passeren en ìnserteren
Lezing door prof. dr. Arnold Driessen – hoogleraar moleculaire microbiologie, RUG, lid van de KNAW
Alle eiwitten worden binnen in een cel gemaakt, maar veel van deze eiwitten functioneren buiten de cel of in het celmembraan. Het celmembraan vormt een essentiële barrière die het binnenste van de cel scheidt van de buitenomgeving en eiwitten kunnen niet zo maar door de membraan heen. Daarom worden eiwitten die buiten de cel of in de membraan functioneren, gesynthetiseerd als precursor-eiwitten. Deze precursor-eiwitten bevatten specifieke signalen die de hen dirigeren naar het zogenaamde translocon in het celmembraan. Het translocon vormt een kanaal voor het transport van eiwitten door het membraan heen, maar is ook betrokken bij de insertie van nieuw gesynthetiseerde membraaneiwitten in het membraan. Uit recent structuuronderzoek en biochemische studies zijn nieuwe inzichten verkregen over hoe het translocon onderscheid maakt tussen deze twee ogenschijnlijk tegenovergestelde functies en hoe de energiebarrièrefunctie van het membraan in stand wordt gehouden tijdens het eiwittransport.
Column door prof. dr. Paul Schnabel – directeur Sociaal en Cultureel Planbureau, Academisch milieu, ook academisch niveau?
Afdeling Genootschap
Annelies ten Have
Tel. 020 551 0746
E-mail: knawgenootschap@bureau.knaw.nl
Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken