Sprekers en samenvattingen

KNAW-symposium Gaia, ons melkwegstelsel ontsluierd

Hoe ziet onze Melkweg eruit? Vier wetenschappers spreken over de onderzoeksresultaten van de ESA-ruimtetelescoop Gaia tot nu toe.

De Gaia-hemel: versie 1.0

Anthony Brown, hoogleraar sterrenkunde , Leiden Observatory en voorzitter van het Europese Data Processing and Analysis Consortium (DPAC)

Woensdag 14 september 2016 stond bij vele astronomen al een tijd in de agenda. Op die dag werden de eerste resultaten van de Gaia-missie gepubliceerd. Een nauwkeurige hemelkaart van meer dan 1 miljard sterren, alsmede de afstanden en eigenbewegingen van de twee miljoen helderste sterren, werden ter beschikking gesteld voor verder wetenschappelijke onderzoek. In deze lezing zal de inhoud van de eerste Gaia-catalogus besproken worden en zal een overzicht gegeven worden van de wetenschappelijke ontdekkingen die tot nu toe gedaan zijn met de nieuwe gegevens.

Anthony Brown is in 1996 in Leiden in de sterrenkunde gepromoveerd en heeft daarna in Leiden, Mexico, en bij ESO in Duitsland gewerkt als postdoctoraal onderzoeker. In 2001 keerde hij terug naar de Sterrewacht Leiden, waar hij sinds 2007 staflid is. Sinds 2012 is Brown de voorzitter van het Europese consortium (DPAC) dat verantwoordelijk is voor de gegevensverwerking van Gaia.

De geschiedenis van de Melkweg ontrafelen met de Gaia-missie

Amina Helmi, hoogleraar dynamica, structuur en vorming van de Melkweg, Rijksuniversiteit Groningen

Een van de belangrijkste vragen in de sterrenkunde vandaag de dag is: hoe vormen en evolueren sterrenstelsels? Een beproefde methode om deze vraag te beantwoorden is het bestuderen van de Melkweg. Uitsluitend in ons eigen sterrenstelsel kunnen we de eigenschappen van individuele sterren, zoals hun bewegingen, chemische compositie en leeftijden met voldoende nauwkeurigheid meten. In deze kenmerken vinden we een blauwdruk van de geboorteomgeving en geschiedenis. Zo zijn sterren eigenlijk 'fossielen' die unieke aanwijzingen geven over de vormingsgeschiedenis van het hele stelsel. Dankzij de Gaia-missie hebben we nu toegang tot veel waardevolle astro-archeologische informatie die we kunnen gebruiken om het ontstaan van de Melkweg te reconstrueren. 

Amina Helmi (1970) is hoogleraar dynamica, structuur en vorming van de Melkweg aan de Rijksuniversiteit Groningen. Helmi schreef een baanbrekend proefschrift (waarvoor ze de Christiaan Huygens-prijs ontving) waarin de geschiedenis en het ontstaan van onze Melkweg in een nieuw licht werden geplaatst. Helmi heeft een aantal gerenommeerde subsidies ontvangen, zoals een VIDI en een VICI van NWO en een ERC Starting Grant van de EU. Ze is lid van De Jonge Akademie geweest, en sinds 2016 is ze lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. 

De Gaia-missie: over de sterallures van een satelliet

Jos de Bruijne, wetenschappelijk staflid bij ESA, betrokken bij het Gaia-project

Gaia is een satellietmissie van het Europees ruimtevaartagentschap ESA. Gaia is in feite een vliegende fotocamera met een spiegeloppervlak van 1,5 vierkante meter en een beeldsensor met 938 miljoen pixels. Gaia is in 2013 gelanceerd en zal tot ten minste 2019 continu de hemel afspeuren en de posities van de helderste 1000 miljoen sterren in kaart brengen met nog niet eerder vertoonde precisie. Dit zal uiteindelijk leiden tot een driedimensionale, bewegende kaart van onze Melkweg. Deze lezing vertelt het verhaal achter dit project.

Jos de Bruijne (1971) studeerde sterrenkunde in Leiden en behaalde zijn doctoraal met een scriptie over de bewegingsleer van ellipsvormige sterrenstelsels. Hij promoveerde in 2000, eveneens in Leiden, op een studie van jonge stergroepen in de zonsomgeving gebaseerd op gegevens verkregen met de Hipparcos-satelliet van het Europees ruimtevaartagentschap ESA. Daarna verkreeg hij een postdoctorale onderzoeksaanstelling bij ESA als wetenschapper op het gebied van de exploitatie en kalibratie van supergeleidende tunneljunctiedetectoren werkend in zichtbaar licht. Sinds 2002 is De Bruijne, als wetenschappelijk staflid bij ESA, betrokken bij het Gaia-project.

Zwarte gaten die sterren uiteen trekken en exploderende sterren met Gaia

Peter Jonker, staflid SRON, Netherlands Institute for Space Research, Utrecht, en universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Doordat Gaia meerdere keren per jaar langs iedere locatie, dan wel ster, aan de hemelbol komt, kan vergeleken worden of er een verandering in helderheid heeft plaatsgevonden of dat er bijvoorbeeld een bron verschenen is die er eerst nog niet was. Er zijn verschillende aspecten aan Gaia die maken dat een nieuw deel van de parameter ruimte van deze zogenaamde transient of tijdsvariabele bronnen bestreken wordt. Jonker spreekt over welke (nieuwe) fenomenen en bronnen zoals middelgrote zwarte gaten we hopen te vinden met Gaia.

Peter Jonker is in 2001 gepromoveerd aan de UvA waarna hij in Cambridge en Boston gewerkt heeft als postdoctoraal onderzoeker om vervolgens met een VENI-beurs bij SRON Nederlands Instituut voor Ruimte Onderzoek aan de slag te gaan. Sinds 2008 is hij staflid van SRON en sinds 2015 onbezoldigd universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit. In 2015 heeft Jonker een Europese ERC Consolidator beurs ontvangen voor onderzoek naar het bestaan van middelgrote zwarte gaten. Hierbij wordt voor een groot deel gebruikgemaakt van gegevens van de Gaia-satelliet.