Workshop 'Bloed, zweet en tranen'

Datum:
16 april 2009  -  18 april 2009
Locatie:
NIAS-KNAWMeijboomlaan 1, Wassenaar
Voeg toe:

Fysiologie: een veranderend concept van de Oudheid tot vroeg modern Europa

Waar komen de tranen vandaan? Is er verschil tussen urine, zweet en tranen? Koelen de hersenen af wanneer iemand somber wordt en stromen dan de tranen neer, zoals regen bij een depressie? Zijn tranen specifiek menselijk? Zijn de tranen die je in je ogen krijgt als de wind hard in je gezicht blaast, van dezelfde samenstelling als de tranen die je schreit bij een hevige emotie?

Bovenstaande vragen zijn zo oud als de mensheid. Halverwege de zeventiende eeuw komt de jonge Deens student Niels Stensen met een nieuwe verklaring: hij promoveert in Leiden op de ontdekking van de traanklier. Ook voor vergelijkbare verschijnselen als zweten en de beweging van het bloed in het lichaam duiken in die tijd nieuwe verklaringen op: de fysiologie, de theorie van het functioneren van levende organismen, is geboren. De in Nederland werkzame filosoof René Descartes is daar mede debet aan. Hij stond een nieuwe manier van natuuronderzoek voor: experimenteel onderzoek, anatomie in plaats van analogie. De toepassing van de microscoop van Van Leeuwenhoek bracht het experimentele onderzoek in een stroomversnelling.

Aan de jonge Universiteit Leiden nam de invloed van de grote klassieke medici en filosofen Hippocrates, Aristoteles en Galenus af. De invloed van Descartes groeide. Waarom duurde het toch lang voordat wetenschappers de antieke voorstelling van de bloedbeweging als eb en vloed vervingen door Harvey s theorie over de bloedsomloop (1628)? En had Harvey eigenlijk wel afgerekend met de antieke verklaringen? Of kunnen we zijn, achteraf gezien baanbrekende, werk ook vanuit antieke denkmodellen begrijpen?

In de workshop gaan de sprekers onder meer in op de vraag wat de gevolgen van de gewijzigde inzichten waren voor bijvoorbeeld de beeldende kunsten en de literatuur.