KNAW-advies over Vertrouwen in wetenschap

Aanbevelingen voor waarborgen van vertrouwen in de toekomst

15 mei 2013

Doet wetenschap de goede dingen en doet ze die ook goed? Onderzoek wijst uit dat wetenschap nog steeds een 'sterk merk' is. Maar risico's zijn er wel, zoals hoge verwachtingen bij het publiek, toenemende verwevenheid van wetenschap met belanghebbende partijen en beeldvorming in de media.

Waarborgen van vertrouwen is in de eerste plaats een taak van de wetenschappelijke wereld zelf, maar ook externe partijen zoals financiers, overheid, media en onderwijs kunnen hieraan een bijdrage leveren. Dat concludeert de KNAW in het vandaag verschenen rapport van de Commissie Vertrouwen en Integriteit in de Wetenschap.

Basisvoorwaarde voor vertrouwen is wetenschappelijke integriteit. De verantwoordelijkheid daarvoor berust primair bij de wetenschap zelf. Om zelfcorrectie mogelijk te maken dienen universiteiten en onderzoeksinstituten, naast het hanteren van gedragscodes, voldoende ruimte te bieden voor interne (peer pressure) en externe (peer review) controle op wetenschapsbeoefening.

Ook externe partijen spelen een rol bij vertrouwen in de wetenschap. Zo kan de toenemende druk van het financieringssysteem leiden tot overspannen verwachtingen en leiden tot vraagtekens bij onafhankelijkheid van wetenschappers. De KNAW pleit voor een betere balans tussen het streven naar innovatie en ruimte voor wetenschappelijke controle zoals duplicatie en verificatie van onderzoek en peer review.

De overheid dient als opdrachtgever van wetenschappelijk onderzoek en advies de onafhankelijke positie van de wetenschap te respecteren. Deze heeft idealiter de rol van scenariomakelaar die ook de grenzen aan zekerheid en voorspelbaarheid daarvan aangeeft. Over het omgaan met wetenschappelijke adviezen moeten overheidsbrede afspraken worden gemaakt. Aanstelling van een Government Chief Scientific Adviser als raadsadviseur van de minister-president, naar voorbeeld van Canada en Engeland, vindt de KNAW een experiment waard.

Vertrouwen in wetenschap steunt deels ook op beeldvorming door communicatie in (sociale) media. Kennisinstellingen moeten onderzoekers dan ook equiperen voor heldere wetenschapscommunicatie. In plaats van eenzijdige focus op resultaten zou er meer aandacht moeten komen voor ‘wetenschappelijk denken en doen’ en de onzekerheden en beperkingen die daarmee gepaard gaan. De Nederlandse wetenschapsjournalistiek functioneert over het algemeen goed en zet een genuanceerd beeld van wetenschap neer.

Het onderwijs – van basisschool tot promotietraject – kan een belangrijke rol spelen in het uitdragen van een realistisch beeld van wetenschap. In de bachelor- en masterfase van het wetenschappelijk onderwijs kunnen praktijkcases worden besproken aan de hand van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. In het primair en voortgezet onderwijs zou het accent moet liggen op het stimuleren van belangstelling voor (de waarde van) wetenschap.

De KNAW-commissie die op verzoek van de staatssecretaris van OCW advies uitbracht over vertrouwen en integriteit in wetenschap stond onder leiding van prof. dr. Keimpe Algra. 

Het vandaag openbaar gemaakte rapport Vertrouwen in wetenschap is te downloaden of gratis te bestellen bij .