Naar een nieuwe gedragscode voor de wetenschap

26 oktober 2016

Voor wetenschappers aan Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen geldt de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Die dateert van 2004 en sindsdien is er veel veranderd in de wetenschap zelf en in het denken over goed wetenschappelijk gedrag.

Vier wetenschappelijke organisaties, de VSNU, NWO, de NFU en de KNAW hebben de Gedragscode grondig tegen het licht gehouden – zie het Adviesrapport Commissie Verkenning Herziening Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

icon_downl_generiek.gifDownload het adviesrapport

De organisaties laten de komende maanden op basis van de aanbevelingen uit dat rapport een nieuwe Gedragscode opstellen, die in mei 2017 moet verschijnen.

Principes van goed wetenschappelijk onderwijs en onderzoek

De principes van goed wetenschappelijk onderwijs en onderzoek staan sinds 2004 beschreven in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Sindsdien is de wetenschap volop in beweging. Het data-intensief onderzoek neemt bijvoorbeeld toe. Bovendien is wetenschappelijke integriteit de afgelopen jaren meer en meer in de belangstelling komen te staan, mede door een aantal grote incidenten.

In dezelfde periode is een aantal belangwekkende rapporten en boeken verschenen. Dit zijn onder andere de rapporten van de commissies Algra (Vertrouwen in wetenschap), Bensing (briefadvies Correct Citeren) en Schuyt (rapport Zorgvuldig en integer omgaan met wetenschappelijke onderzoeksgegevens). Deze rapporten waren voor de VSNU aanleiding om de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening licht aan te passen. De ontwikkelingen in de wetenschap en het belang van wetenschappelijke integriteit vergen nu een meer fundamentele beschouwing van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Opdracht aan de commissie

Eind 2015 hebben VSNU, KNAW, NWO en NFU een adviescommissie ingesteld. Deze adviescommissie had als opdracht om te verkennen in hoeverre de huidige Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening voldoet aan de eisen die aan een dergelijke code gesteld kunnen worden en of het wenselijk is deze code te herzien. Specifiek werd de commissie gevraagd een verkenning uit te voeren naar:

  • De verhouding van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening tot internationale codes
  • De aard van de gedragscode
  • De principes van behoorlijke wetenschapsbeoefening
  • De wenselijkheid om de gedragscode ook van toepassing te laten zijn op toegepast, praktijk- of privaat onderzoek
  • De bruikbaarheid van de gedragscode in het onderwijs
  • De vormgeving van de gedragscode.

De commissie werd verzocht aan de besturen van VSNU, KNAW, NWO en NFU een samenhangend advies uit te brengen over bovenstaande onderwerpen.

Daarnaast was de opdracht om op een paar specifieke onderwerpen in te gaan: plagiaat, wenselijkheid van het opnemen van sancties, en de wenselijkheid van het in behandeling nemen van anonieme klachten.

Adviesrapport

De commissie heeft op 20 juni haar advies voltooid.

Het adviesrapport beschrijft dat de huidige Nederlandse gedragscode wetenschapsbeoefening dient te worden herschreven binnen de volgende kaders:

    • Maak onderscheid en behandel de drie niveaus van
    1. principes
    2. normen
    3. integriteitsschendingen
  • Richt de code louter op praktijken van onderzoek en hanteer daarbij vijf principes:
    1. eerlijkheid
    2. zorgvuldigheid
    3. transparantie
    4. onafhankelijkheid
    5. verantwoordelijkheid
  • Schrijf de code zo dat deze door uiteenlopende onderzoekers en organisaties die onderzoek uitvoeren kan worden onderschreven.
  • Onderstreep in de code zowel de individuele als de institutionele verantwoordelijkheden.
  • Leg in de code het zwaartepunt bij de algemeen erkende zware integriteitsschendingen, maar laat onzorgvuldige en twijfelachtige praktijken niet buiten beschouwing.
  • Schenk aandacht aan sancties zonder een directe relatie te leggen met de ernst van integriteitsschendingen.
  • Realiseer een systeem van zodanig heldere verslaglegging van casussen van vermeende schending van onderzoeksintegriteit dat eventuele toekomstige aanpassingen van de Nederlandse gedragscode, binnen internationale kaders, op de praktijk kunnen worden gebaseerd.

De besturen van VSNU, KNAW, NWO en NFU hebben het advies overgenomen en zullen een nieuwe commissie instellen om de code conform het advies te herschrijven. In de nieuwe commissie zullen naast VSNU, KNAW, NWO en NFO ook TO2 en VH vertegenwoordigd zijn.