Nieuwe lichting voor De Jonge Akademie

25 november 2014

Jaarlijks kiest De Jonge Akademie tien nieuwe, talentvolle onderzoekers om haar gelederen te versterken. De Jonge Akademie is binnen de KNAW een zelfstandig platform van jonge topwetenschappers, met activiteiten op het gebied van interdisciplinariteit, wetenschapsbeleid en wetenschap en samenleving. De Jonge Akademie bestaat in 2015 tien jaar.

Naast bewezen wetenschappelijke kwaliteit beschikken leden over een brede belangstelling voor wetenschapsbeoefening en wetenschapscommunicatie. Een lidmaatschap is voor vijf jaar. De officiële installatie van de nieuwe leden vindt plaats op 26 maart 2015 in het Trippenhuis van de KNAW.

De tien nieuwe leden van De Jonge Akademie zijn:

Prof. dr. Lenneke Alink (Pedagogiek, Universiteit Leiden/Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit)
Met het oog op preventie en interventie combineert Lenneke Alink (1978) voor haar vernieuwende onderzoek naar kindermishandeling kennis vanuit verschillende disciplines als pedagogiek, psychologie en recht met neurobiologische methoden. Recent onderzoek richt zich op chaos in het gezin als bron voor kindermishandeling. Naast invloedrijke internationale publicaties heeft ze enkele breed gebruikte Nederlandse onderzoeksrapporten op haar naam. Ze is werkzaam als hoogleraar Forensische gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Voorkomen, gevolgen en aanpak kindermishandeling aan de Vrije Universiteit.

Dr. Rafael De Bont (Wetenschapsgeschiedenis, Universiteit Maastricht)
De centrale vraag in het onderzoek van Raf De Bont (1977) is hoe de wetenschap de moderne samenleving heeft beïnvloed en omgekeerd. Hij kijkt dan met name naar de geschiedenis van de levens- en sociale wetenschappen in Noordwest-Europa vanaf 1800. De Bont toonde onder meer aan dat de intrede van een nieuwe wetenschappelijke werkplaats, het veldlaboratorium, cruciaal was voor het ontstaan van de ecologische wetenschap. In zijn huidige, sterk interdisciplinaire onderzoek staat de rol van de ecologische expert in internationale natuurbescherming sinds de jaren 1930 centraal.

Dr. Marieke van den Brink (Bedrijfskunde, Radboud Universiteit Nijmegen)
Inzichten uit het onderzoek van Marieke van den Brink (1978) naar gender en diversiteit in (wetenschappelijke) organisaties kunnen bijdragen aan een maatschappelijk representatiever personeelsbestand in de wetenschap. Interdisciplinariteit en valorisatie zijn pijlers onder haar academische werk. Dit omvat onder meer talentbeleid aan Nederlandse universiteiten en een internationaal vergelijkend onderzoek naar gender in de carrières van jonge academici op tijdelijke contracten. Van den Brink geeft regelmatig workshops aan bestuurders over gendermechanismen en aan (vrouwelijke) academici om hun kansen op een wetenschappelijke loopbaan te vergroten.

Dr. Patricia Dankers (Biomaterialen, Technische Universiteit Eindhoven)
Gepromoveerd in zowel de technische natuurwetenschappen als de medische wetenschappen ontdekte Patricia Dankers (1978) de meerwaarde van samenwerking tussen chemici en artsen. Haar onderzoeksgroep probeert resultaten uit fundamenteel onderzoek te vertalen naar praktische toepassingen voor de patiënt. Momenteel richt zij zich op de ontwikkeling van supramoleculaire biomaterialen om deze in te kunnen zetten voor regeneratieve geneeskunde. Dankers maakte deel uit van de eerste Jonge Gezondheidsraad en leverde ook bijdragen aan boeken voor de basisschool.

Dr. Rivke Jaffe (Antropologie/Geografie, Universiteit van Amsterdam)
Wetenschappelijke drijfveer van Rivke Jaffe (1978) is bijdragen aan een beter begrip van de stedelijke samenleving en ongelijkheid. Waarom worden sommige stadsbewoners onevenredig blootgesteld aan stedelijke problemen als armoede, onveiligheid en vervuilde leefomgevingen? Hoe werkt het (koloniale) verleden door in het huidige stadsleven, en hoe geven mensen via populaire cultuur uiting aan hun ervaringen van de stad? Dit soort interdisciplinaire vraagstukken bestudeert ze samen met sociologen, politicologen, (kunst)historici en literatuurwetenschappers. Met de ‘Hiphop University’ maakte ze haar onderzoek ook toegankelijk voor een breed publiek.

Dr. Marleen Kamperman (Fysische Chemie, Wageningen Universiteit en Researchcentrum)
Voor Marleen Kamperman (1979) is de natuur de inspiratiebron bij het ontwikkelen van nieuwe materialen. Dit door chemische functies uit verschillende biologische systemen te kopiëren. Haar tweede onderzoekslijn is oppervlakken op nanoschaal te structureren zodat ze op elke ondergrond snel kunnen hechten en weer loslaten, net als het ingenieuze oppervlak van fijne haartjes op de pootjes van een gekko. Naast haar eigen onderzoeksgroep is Kamperman actief in mentorprogramma’s voor jonge onderzoekers en geeft ze publiekslezingen.

Dr. Floris de Lange (Cognitieve neurowetenschap, Donders Instituut, Radboud Universiteit Nijmegen)
Floris de Lange (1977) buigt zich met zijn onderzoeksgroep over de vraag hoe ons brein ons in staat stelt om de wereld om ons heen waar te nemen. Het oplossen van deze complexe puzzel vraagt om het bijeenbrengen van kennis uit onder meer psychologie, biologie, en wis- en natuurkunde. De Lange ziet wetenschapscommunicatie als een essentieel onderdeel van wetenschapsbeoefening en is actief in media en publiekslezingen, onder meer in samenwerking met kunstenaars. Hij ontving in 2012 de Heineken Young Scientist Award voor Cognitiewetenschap voor zijn onderzoek naar visuele waarneming en motorische verbeelding.

Prof. dr. Johan van Leeuwaarden (Wiskunde en Informatica, Technische Universiteit Eindhoven)
Wiskundige Johan van Leeuwaarden (1978) onderzoekt het gedrag van complexe netwerken en wordt daarbij geïnspireerd door praktische toepassingen. Zo kijkt hij naar communicatienetwerken als het internet, logistieke netwerken en sociale netwerken. Om uitdagingen van groot maatschappelijk en wetenschappelijk belang te adresseren lanceerde hij met anderen het Data Science Center Eindhoven en het interdisciplinaire NWO Zwaartekrachtprogramma NETWORKS. In columns en publiekslezingen legt hij uit waarom wiskunde zowel prachtig als belangrijk is.

Prof. dr. Jan-Willem Veening (Moleculaire Genetica, Rijksuniversiteit Groningen)
Met een multidisciplinair team brengt Jan-Willem Veening (1978) in kaart hoe de bacterie Streptococcus pneumoniae –die onder meer longontsteking veroorzaakt- zich vermenigvuldigt, de switch maakt naar ziekteverwekker en resistent wordt tegen antibiotica. Dit alles met behulp van slimme genetische trucs, synthetisch-biologische methoden en geavanceerde microscopietechnieken. De combinatie van benaderingen is wereldwijd uniek in zijn onderzoeksveld. Met het oog op de maatschappelijke impact van zijn werk neemt Veening regelmatig deel aan discussies rond bijvoorbeeld synthetische biologie en antibioticagebruik.

Dr. Martijn Wieling (Computationele Taalkunde, Rijksuniversiteit Groningen)
Wieling (1981) combineert taalkunde met informatiekunde en statistiek.
Omdat hij in zijn onderzoek de lange tijd gescheiden vakgebieden dialectometrie en sociolinguïstiek technisch dichter bij elkaar heeft gebracht, werd het mogelijk de verweven invloed van geografie en sociale factoren op taalvariatie te bepalen. Hij zet zijn onderzoek naar taalvariatie in een nieuwe richting voort, door met articulografie te kijken naar de beweging van tong en lippen tijdens spraak. Deze specifieke focus zou kunnen helpen de uitspraak van een tweede taal te verbeteren. Wieling is een overtuigd pleitbezorger van open access en het delen van data en methoden.