President KNAW pleit voor herwaardering van de ziel in wetenschap en universiteit

4 februari 2011

"Het infiltreren van de markt in universiteit en wetenschap is des te makkelijker en eenzijdiger gegaan, omdat wetenschappers, en zeker ook hun bestuurders, te weinig ruggengraat hebben getoond.

Zij hebben te vaak gedacht dat zij er op vooruit zouden gaan als zij het academische fysiek bloeddoping zouden toedienen met modern marktdenken. Als gevolg daarvan zit het inmiddels dieper dan wat scheefgroei her en der; misschien nog net niet in de genen maar wel in de bloedbaan."
Dit zegt Frits van Oostrom, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), vandaag in zijn Jaarrede getiteld 'Markt en ziel'.

Invloed markt op wetenschap
Hoe de markt vandaag de dag interfereert met het wetenschapsbedrijf, is een welbekend en wijdvertakt verschijnsel dat naast heel veel kansen ook heel wat spanningen oproept.
Zo vindt Frits van Oostrom het een zorgelijke ontwikkeling dat volgens internationaal vergelijkend metaonderzoek de resultaten van commercieel gesponsord medisch onderzoek significant positiever worden geformuleerd dan vergelijkbaar onafhankelijk onderzoek en dat wetenschappelijke studies in opdracht van farmaceutische bedrijven aantoonbaar gunstiger uitpakken voor deze financiers dan eenzelfde onderzoek betaald uit minder belanghebbende bron.

Jargon en management
Van Oostrom wijst er op dat de gevolgen van de invloed van het marktdenken in het wetenschapsbedrijf duidelijk te vinden zijn in onze taal. Bij de universiteiten spreekt men tegenwoordig over 'bedrijfsmatig werken' en 'de bedrijfscultuur', of over 'onderwijsrendementen' en 'onrendabele lijnen', maar ook over 'outsourcen', 'capaciteitsgroepentargets', 'holdings' en 'corebusiness'. En, voegt Van Oostrom daaraan toe: "Het voelt al nauwelijks meer aan als krompraat." Parallel daaraan is in het universitaire bedrijf het aantal 'directeuren' onevenredig toegenomen, constateert Van Oostrom. Had zijn oude faculteit in 1982 nog maar één directeur (die zich bovendien secretaris noemde), twintig jaar later waren het er 21, terwijl het aantal studenten gelijk was gebleven.

Macht van het getal
Een ander voorbeeld van de invloed van het marktdenken is volgens de president van de KNAW de verheerlijking van het getal. Van Oostrom zegt dat het nobele beginsel van 'meten is weten' een monsterverbond is aangegaan met schrik voor het inhoudelijke oordeel. Als de kwantitatieve norm is gehaald, beschouwt de wetenschap de kwaliteit geleverd, en als het streefcijfer is overtroffen zelfs meer dan dat. En wat niet telbaar is, telt niet. Onderzoekers moeten uiteraard productief zijn, maar is een onderzoeker die dertig artikelen per jaar produceert een betere onderzoeker dan iemand met drie? Het leidt volgens Frits van Oostrom tot het overschaduwen van doel (kwaliteit) door middel (meting).

Vrijheid van onderzoek
De kenniseconomie gedijt niet als een planeconomie. "De architecten van ons kennisbeleid doen er veel beter aan vanuit de ziel van onderzoek te werken", zegt Frits van Oostrom in zijn Jaarrede. Hij pleit voor minder bovenhandse sturing en meer vrijheid van onderzoek. De markt zelf vraagt ook om vrijheid en zo min mogelijk regels; dan alleen kan de creativiteit van het ondernemerschap goed floreren.

Universiteit is geen markt
Onderwijs als product en de student als rondshoppende kritische consument zijn volgens Van Oostrom misplaatste projecties van marktdenken op de universitaire wereld. Hij wil ook korte metten maken met twee andere marktkarikaturen: de student als 'manager van zijn eigen leerproces' en de studie als een schutsluis naar de arbeidsmarkt. Het eerste heeft geleid tot een enorme afstandelijkheid in de Nederlandse onderwijscultuur en het tweede tot versmalling van het onderwijs tot scholing met te weinig vorming.

Op het gebied van academisch onderwijs kan Nederland een voorbeeld nemen aan de Amerikaanse topuniversiteiten, waaraan we ons zo graag spiegelen als het om onderzoek gaat. Die zijn overtuigd van de noodzaak van een gedegen algemene ontwikkeling: een culturele geletterdheid voor bèta's, kennis van science bij alfa's en een goed besef van hoe recht en samenleving werken bij een ieder die er afstudeert.

Volgens Van Oostrom dient een nieuw evenwicht te worden gevonden tussen vakgerichte en algemene kennis en vaardigheden. De onderwijsgevenden moeten volgens de president van de KNAW hun primaire verantwoordelijkheid hernemen en het meest verwaarloosde deel van het universitaire onderwijs inhoudelijk verrijken: de bachelorsopleiding.

Eigenheid van de wetenschap
De president van de KNAW ondersteunt de diagnose van de Raad van Economisch Adviseurs (REA) die stelt dat de gehele Nederlandse publieke sector te veel het bedrijfsleven kopieert, hetgeen een miskenning oplevert van de unieke kwaliteiten van de publieke sector. Ook in het wetenschapsbeleid lijkt het tij te keren: in het coalitieakkoord staat voor het eerst sinds tijden dat er meer geïnvesteerd wordt in het ongebonden en zuiver wetenschappelijk onderzoek.

Van Oostrom roept op tot een nieuw geluid: het waarderen en uitdragen van de eigen toon, want juist die eigenheid brengt ons (het wetenschapsbedrijf) volgens hem dicht bij de ziel van wetenschap en universiteit. Daar zou de kern van het beleid bij moeten aansluiten, en dat geldt zowel voor onderzoek als onderwijs. Afwegingen en impulsen in het wetenschapsbedrijf zijn dus heus niet generaal taboe. "Zolang men maar voor ogen houdt dat ze niet het wezen raken en men die broodnodige wetenschap minstens zo sterk via de ziel blijft voeden", aldus Frits van Oostrom.