Wetenschapsvisie 2025: investering in toekomst blijft uit

25 november 2014

Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker stuurden hun Wetenschapsvisie 2025 naar de Tweede Kamer. Het document bevat voorstellen die op steun van de KNAW kunnen rekenen en voorstellen die haar bezorgd maken. 

De KNAW steunt het voornemen om een brede nationale wetenschapsagenda te ontwikkelen. Ook het belang van een permanente commissie voor grote onderzoeksinfrastructuren onderschrijft zij. Dat neemt niet weg dat de bewindslieden met hun visiedocument helaas opnieuw voorbijgaan aan de noodzaak van extra investeringen in nieuwsgierigheidsgedreven wetenschappelijk onderzoek. Die investeringen zijn de afgelopen jaren consistent bepleit door wetenschap, onderwijs en bedrijfsleven. Als de investeringen in wetenschap niet substantieel toenemen (met 20 à 25%) zullen de genoemde beleidsvoornemens volstrekt onvoldoende blijken voor instandhouding van de huidige topprestaties. Ongerust is de KNAW over de geschetste blauwdruk voor een nieuwe NWO‑organisatie. Het risico bestaat dat NWO daardoor zal veranderen van een overwegend goed functionerende organisatie in een bureaucratisch en rigide orgaan, dat opereert naast de wetenschappelijke werkelijkheid.

Wetenschapsland Nederland

In hun visiedocument prijzen de bewindslieden van OCW de prestaties van de Nederlandse wetenschap. Dat is geen ‘eigen roem’: het oordeel volgt uit onder meer het recente Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar het wetenschappelijk onderzoek, uit advies van de AWTI en uit de rapportage van de OESO. De centrale vraag is, volgens Bussemaker en Dekker, of de prestaties van nu ook in de toekomst kunnen worden volgehouden. Daarom komen ze met een aantal beleidsmaatregelen.

NWO

In het huidige wetenschapsbestel vervult NWO een sleutelrol; zonder haar zou Nederland niet tot de wetenschappelijke wereldtop behoren. De organisatie kwijt zich goed van haar financieringstaak en diende dan ook als model voor de European Research Council. Haar onderzoeksinstituten behoren tot de internationale top. Dat NWO haar kerntaken overwegend goed vervult is in 2013 vastgesteld door de evaluatiecommissie en bevestigd door het kabinet in zijn reactie op de evaluatie. Ook in de IBO-rapportage, die aan de basis ligt van de Wetenschapsvisie, wordt de wijze waarop de Nederlandse wetenschap is georganiseerd, met haar parallelle geldstromen, geprezen.

Te vrezen valt dat de bewindslieden van OCW zich door het advies van de commissie Van der Steenhoven, die adviseerde over de bestuursstructuur van NWO, op het verkeerde been hebben laten zetten. Zij schetsen in de Wetenschapsvisie een blauwdruk voor NWO met een topzwaar bestuur dat zeggenschap lijkt te krijgen over programmering, instituten, instrumentatie en budgettoekenningen, en met een gecompliceerde adviesstructuur van stakeholders. Daartoe worden, behalve wetenschappers, ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en ministeries gerekend. Een dergelijk waterhoofd zou kunnen leiden tot bureaucratie en rigiditeit, waarbij kortetermijnbelangen domineren. NWO moet een organisatie voor, en bestuurd door, onderzoekers blijven. Dat beginsel los te laten betekent een serieuze bedreiging voor de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland.

De KNAW betwist niet dat in de werkwijze van NWO aanpassingen nodig zijn. Tegen de achtergrond van economische en maatschappelijke uitdagingen moet vooral meer aandacht worden besteed aan interdisciplinariteit en aan programmatische samenwerking tussen NWO‑gebieden. De KNAW heeft er alle vertrouwen in dat het algemeen bestuur en de gebiedsbesturen van NWO daarvoor gezamenlijk een verbeterplan kunnen ontwikkelen. Evolutie verdient ook hier de voorkeur boven revolutie. Dat geldt nog sterker in het licht van de zware taken die de Wetenschapsvisie voor NWO in petto heeft (bij de totstandkoming van de Nationale Wetenschapsagenda en de commissie voor grote wetenschappelijke infrastructuren) en bestaande extra taken onder de vlag van het topsectorenbeleid, zoals het realiseren van nieuwe innovatiecontracten.

Wetenschapsagenda en onderzoeksfaciliteiten

De bewindslieden vragen aan partijen in de zogenaamde kenniscoalitie om in 2015 een brede nationale wetenschapsagenda op te stellen. De KNAW zal daaraan van harte meewerken. Een andere opvallende maatregel is het instellen van een permanente nationale commissie voor grote wetenschappelijke infrastructuren: onderzoeksfaciliteiten die de financiële mogelijkheden van individuele instellingen en vaak ook van individuele landen te boven gaan. Ook dat idee kan rekenen op steun van de KNAW, met de kanttekening dat juist ook voor dit domein te zijner tijd extra investeringen onontkoombaar zijn. Bij beide beleidsvoornemens gaat het erom dat partijen gezamenlijk vaststellen op welke thema’s de wetenschap zich de komende decennia moet richten. Een dergelijke strategische agenda kan wetenschap, innovatie en het oppakken van maatschappelijke uitdagingen beslist versterken. Dat gezegd zijnde, moeten twee zwaarwegende kanttekeningen bij deze beleidsvoornemens worden geplaatst.

Kanttekening één: investeren is onontkoombaar

In de Wetenschapsvisie 2025 ontbreekt het perspectief van investeringen om uitvoering van de Nationale Wetenschapsagenda mogelijk maken. Het realiseren van ambities vergt investeringen in apparaten en in mensen. Als er iets is dat de toekomst van de Nederlandse wetenschap bedreigt, dan is het wel dat de investeringen structureel veel te laag zijn. Helemaal leeg is de portemonnee van de bewindslieden niet. Al eerder hebben ze aangekondigd 50 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de noodzakelijke cofinanciering (‘matching’) van onderzoeksmiddelen uit Europese fondsen. De KNAW hoopt dat dit een bescheiden begin is van substantiële extra investeringen in kennis, zodra de economie dat toelaat. Richtlijn hierbij is wat ons betreft nog altijd het in 2000 in Lissabon afgesproken minimum van 3% van het bbp aan publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkelingen. Deze ambitie is – helaas – onlangs door het kabinet bijgesteld naar 2,5%. De huidige investeringen gaan de 2% nauwelijks te boven.

'De prestaties van het Nederlandse onderzoek zijn excellent maar dreigen door de dalende investeringen op termijn te eroderen. Dat kan en mag Nederland zich niet veroorloven. Daarom is het van essentieel belang deze kabinetsperiode er in ieder geval voor te zorgen dat de klap van het wegvallen van de FES-middelen wordt opgevangen door de middelen van de tweede geldstroom voor fundamenteel onderzoek op alle wetenschapsgebieden te vergroten. […] We zijn ons bewust van de huidige financiële situatie en de noodzaak van het op korte termijn terugdringen van begrotingstekorten. Wij realiseren ons ook dat investeringen in onderzoek niet altijd onmiddellijk economisch rendement opleveren. Op de lange termijn zijn de effecten echter bijzonder groot, zowel voor de welvaart als voor het welzijn; de kost gaat voor de baat uit. Wij roepen het nieuwe kabinet dan ook op om – zodra de financiële situatie dit toelaat – het kennisinvesteringsniveau van bijvoorbeeld Duitsland, Zwitserland en de Scandinavische landen te volgen. Anders groeit de achterstand op deze landen verder en raakt de topvijfambitie definitief buiten bereik.' (uit het gezamenlijk manifest van VNO-NCW, NWO, KNAW, Vereniging Hogescholen, MKB-Nederland, VSNU en TNO, 3 september 2012)  

Kanttekening twee: behoud de sleutel tot succes

De tweede kanttekening is dat een strategische agenda moet uitgaan van de sterke punten van de Nederlandse wetenschap. Eén van die sterke punten is de vrijheid van onderzoeksgroepen om zelf een groot deel van hun onderzoeksagenda te bepalen. Die vrijheid behouden is een randvoorwaarde voor succes van de Nationale Wetenschapsagenda. Die ruimte kan uitstekend worden gedefinieerd binnen de kaders van de agenda.

Overig aangekondigd beleid

De Wetenschapsvisie 2025 bevat nog ongeveer een dozijn andere aankondigingen waar de KNAW zich in kan vinden. Een belangrijke ambitie is die op het gebied van open access, de kosteloze toegang tot wetenschappelijke publicaties. Het tweestappenplan (60% van de onderzoeksinformatie vrij toegankelijk in 2018 en 100% in 2024) is in de visie van de KNAW haalbaar indien Europa hierin het voortouw neemt. Dat wordt gestaafd door het recente succes dat de VSNU, in de startblokken gezet door de staatssecretaris, behaalde in de onderhandeling met een grote internationale uitgever.

Ten slotte: online podium voor onderzoekers

De KNAW, die zich profileert als ‘stem van de wetenschap’, heeft een discussieplatform ingericht voor onderzoekers. Zij nodigt in Nederland actieve onderzoekers uit om op www.podium.knaw.nl online te reageren op de Wetenschapsvisie 2025: wat vinden zij van de aangekondigde maatregelen, wat ontbreekt volgens hen en wat willen ze verder nog kwijt over het wetenschapsbeleid? Het gaat daarbij nadrukkelijk om de stem van de wetenschappers, niet de standpunten van belangenbehartigers of beleidsmakers. De resultaten worden gebundeld en op hun mogelijke consequenties beoordeeld.