Asifa Majid

Waarom kunnen wij slecht omschrijven wat we ruiken? Waarom hebben we woorden voor kleuren maar niet voor geuren? Zijn we dat vermogen in de evolutie kwijtgeraakt? Of komt het door onze opvoeding? Asifa Majid doet innovatief veldwerk onder diverse culturen en volken om nieuwe antwoorden te zoeken op vragen naar verbanden tussen hersenen, taal en cultuur.

Asifa Majid (1974) studeerde psychologie in Glasgow en taal- en cognitiewetenschap in Edinburgh. Na haar promotie in Glasgow was ze gastonderzoeker in Frankrijk, Canada, Duitsland, Zweden en de Verenigde Staten. Ze is nu hoogleraar taal, communicatie en culturele cognitie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Behalve een Ammodo KNAW Award kreeg ze o.a. een NWO Vici-premie. Sinds 2013 is ze lid van The Academy of Europe.

Een wereldreis door de relatie tussen hersenen, taal en cultuur

Hoe vangen mensen in verschillende culturen subtiele concepten in woorden? Hoe hangen onze taalkundige en culturele wortels met elkaar samen en hoe beïnvloeden ze elkaar? Haar wetenschappelijke ontdekkingsreis voert Majid niet alleen door het gebied van de taalwetenschappen, maar ook door dat van de psychologie, de cognitiewetenschappen en de etnografie. En het blijft niet bij een reis dwars door deze wetenschapsdomeinen, het brengt haar ook naar verre werelddelen.

Lang werd gedacht dat alle mensen moeilijk geuren kunnen verwoorden. Westerse proefpersonen maken steevast veel fouten in geurtesten. Ze komen ook nauwelijks verder dan geurvergelijking, alsof ze een boom niet ‘groen’ noemen maar ‘lijkt op gras’. In onze hersenen zouden weinig verbindingen tussen geur en taal meer bestaan.

Asifa Majid’s veldwerk doet zulke dogma’s wankelen. Ze ontdekte nomadische volken in Aziatische regenwouden die wél beschikken over een rijke geurwoordenschat. Misschien zijn mensen in westerse culturen gewoon gestopt om met kinderen over geuren te spreken.

Op dezelfde manier kijkt Majid naar woorden voor andere zintuiglijke prikkels — kleuren, vormen, geluiden, texturen. Nederlanders onderscheiden bijvoorbeeld ‘hoge’ geluiden van ‘lage’, Iranïers en Turken ‘dunne’ van ‘dikke’. Haar waarnemingen leren ons over de intensieve wisselwerkingen tussen onze hersenen, onze taal en onze cultuur.

Majid: ‘Waar komen onze gedachten vandaan? Is ons begrip van kleur, geluid en ruimte ingebakken bij onze geboorte? Of leren kinderen zulke dingen van de taal en cultuur om hen heen? En hoe ontwikkelt dat begrip zich dan gedurende het jonge leven? Dat zijn dingen die mij fascineren.’

Dankzij de Ammodo KNAW Award kan ik nieuw experimenteel onderzoek opzetten, en daarnaast ander onderzoek flink uitbreiden. We willen weten hoe de betekenis van begrippen van plaats tot plaats op de wereld verschilt. Om die vraag te beantwoorden gaan we nieuwe taalkundige computerprogramma’s toepassen op een database met begrippen uit meer dan zestig talen. Daarnaast willen we weten hoe begrippen binnen één individu veranderen over de jaren. Daarvoor gaan we twee groepen jonge Nederlandse kinderen volgen, de ene met Nederlands als moedertaal en de andere met Turks als moedertaal. Spreken deze kinderen van ‘hoge’ en ‘lage’ of van ‘dunne’ en ‘dikke’ tonen? Verandert dat, en zo ja, wanneer? Uiteindelijk zal zulk onderzoek ons helpen te begrijpen hoe de menselijke taal en geest varieert en verandert.’