Persbericht

Academies van wetenschappen in Europa: De opwarming van de aarde wacht niet tot 2050!

19 februari 2021

'We kunnen niet zomaar rekenen op lineaire ontwikkelingen en een gestage energietransitie in de komende 30 jaar tot 2050', aldus William Gillett, Energy Programme Director van de EASAC. De openbare raadpleging van de Europese Commissie over de herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie (RED II) is voor de EASAC een goede gelegenheid om de EU erop te wijzen dat de inspanningen moeten worden vergroot.

'Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat als we niet binnen 15 jaar ingrijpen, de toekomst er heel somber uitziet', legt Gillett uit. 'Uit het IPCC-rapport blijkt dat als de uitstoot van broeikasgassen de komende 10 tot 15 jaar niet snel wordt teruggedrongen, de temperatuur op aarde gemiddeld meer dan 1,5 tot 2°C zal stijgen. De gevolgen voor het klimaat zullen dan rampzalig zijn", aldus Gillett. "Natuurlijk blijven wetenschappers ook bestuderen wat er na 2030 kan worden gedaan, maar de huidige Europese wet- en regelgeving op het gebied van energie moet vooral gericht zijn op wat er vóór 2030 moet gebeuren.'

De belangrijkste bron van broeikasgasemissies in de EU is het gebruik van fossiele brandstoffen in de industrie, gebouwen en het vervoer. Het primaire uitgangspunt voor een herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie moet dus een aanscherping van de eisen zijn, zodat de uitstoot van broeikasgassen vóór 2030 zo veel mogelijk wordt beperkt door het gebruik van meer CO2-vrije energiebronnen in combinatie met optimale energie-efficiëntiemaatregelen in deze sectoren. Dit impliceert het volgende.

Opgeslagen CO2 – Er zijn ambitieuze doelstellingen nodig voor het toekomstige gebruik van hernieuwbare energie. Dit gebruik zal echter grote hoeveelheden broeikasgasemissies met zich meebrengen vanwege de energie die zit opgeslagen in de gebruikte materialen en onderdelen. Die opgeslagen emissies zijn niet alleen afkomstig van de hernieuwbare energie zelf, maar ook van de nieuwe infrastructuur die ervoor nodig is en van de energie-efficiëntiemaatregelen die moeten worden genomen voor het gebruik van duurzame energie in gebouwen, de industrie en het vervoer. Bij de prioritering van de wijzigingen in de RED II moet er daarom naar worden gestreefd de cumulatieve broeikasgasemissies (inclusief opgeslagen emissies) die de komende 10 à 15 jaar vrijkomen, tot een minimum te beperken.

Bio-energie 

Tot nu toe zijn bepaalde soorten houtige biomassa meegelift op de veronderstelling dat alle gebruik van biomassa CO2-neutraal is. Maar om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C, zou alleen biomassa met een CO2-terugverdientijd van minder dan 10 tot 15 jaar als 'hernieuwbaar' moeten worden aangemerkt en in aanmerking moeten komen voor subsidie of voor meetelling in de streefcijfers voor hernieuwbare energie. Dit zal tevens andere voordelen meebrengen omdat dan het verbranden van hele bomen wordt ontmoedigd, zoals ook een van de aanbevelingen in de Europese biodiversiteitsstrategie luidt.

Vereenvoudiging van de streefcijfers

De vermenigvuldigingsfactoren en dubbeltellingen die worden gehanteerd bij de streefcijfers voor hernieuwbare transportbrandstoffen, zijn verwarrend. Om de cijfers minder verwarrend te maken en de burgers meer vertrouwen te geven in het gebruik van streefcijfers en de inzet van overheidsgeld voor hernieuwbare energie, moeten de vermenigvuldigingsfactoren en dubbeltellingen waar nodig worden vervangen door ambitieuze / zinvolle / begrijpelijke streefcijfers voor deelsectoren.

Gebouwen

De huidige EU-definitie (*) van 'bijna-energieneutrale gebouwen' (BENG) heeft geleid tot verschillende definities in de diverse lidstaten van de EU. De goedkoopste optie om aan de richtlijn te voldoen (vooral bij historische/oude gebouwen) is helaas het installeren van systemen voor het opwekken van duurzame energie (meestal zonnepanelen) in verder energie-inefficiënte gebouwen, in plaats van grondige verduurzamingsmaatregelen. Hierdoor wordt in de zomer meer hernieuwbare energie opgewekt, maar neemt het totale warmte-energieverbruik per jaar niet af.  Bovendien leidt het aanbrengen van zonnepanelen op gebouwen in Noord-Europa over het algemeen tot een verwaarloosbare vermindering van de broeikasgasemissies van verwarmingssystemen in de winter.

De definitie van BENG moet daarom worden aangepast, waarbij het jaarlijkse totale energieverbruik van het gebouw (kWh/m2/jaar) als uitgangspunt wordt genomen, gecombineerd met de percentages die worden geleverd door hernieuwbare energie, warmtekrachtkoppeling en afvalwarmte uit externe bronnen (zoals stadsverwarming) en eigen verbruik.  Het bevorderen van BENG voor de 'verduurzamingsgolf' zou dan aansluiten bij het bevorderen van ingrijpende verduurzamingsmaatregelen in combinatie met het gebruik van hernieuwbare energie, warmtekrachtkoppeling en afvalwarmte afkomstig van externe bronnen en eigen verbruik.

Integratie

Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen moet worden geoptimaliseerd door koppeling tussen sectoren te bevorderen, bijvoorbeeld door intelligent gebruik van overtollige hernieuwbare elektriciteit via warmtepompen in stadsverwarming en -koeling.

Energiearmoede

Dit moet niet worden aangepakt door overheidsgeld in te zetten om de hoge energierekeningen van huishoudens met een laag inkomen te betalen,  maar dit geld zou moeten worden gebruikt voor de verduurzaming van woningen in combinatie met het gebruik van hernieuwbare energie. Dit uitgangspunt zou sterker moeten worden benadrukt in de Richtlijn hernieuwbare energie.

*De BENG-prestatie wordt door de EU gedefinieerd als de jaarlijkse door een gebouw verbruikte hoeveelheid primaire energie die wordt opgewekt met niet-hernieuwbare energiebronnen min de primaire energie op basis van hernieuwbare energie of warmtekrachtkoppeling die jaarlijks ter plaatse wordt gegenereerd en naar het elektriciteitsnet wordt teruggeleverd. 

EASAC

De EASAC is een samenwerkingsverband van de nationale academies van wetenschappen van de EU-lidstaten, Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, met als doel gezamenlijk Europese beleidsmakers te adviseren. De EASAC biedt gehele Europese wetenschap derhalve een gezamenlijke spreekbuis. Binnen de EASAC werken de academies samen om onafhankelijk, deskundig en evidence-based advies over de wetenschappelijke aspecten van Europees beleid te verstrekken aan beleidsmakers en -beïnvloeders bij de Europese instellingen.

www.easac.eu