Carolina MacGillavry: Zeventig jaar vrouwen binnen de Akademie

4 juni 2020

Precies 70 jaar geleden, op 5 juni 1950 werd Carolina MacGillavry het eerste vrouwelijk lid van de KNAW. Reden genoeg om terug te kijken op haar wetenschappelijke carrière en haar bijzonder actieve rol binnen de KNAW.

Marie Curie en Irène Joliot-Curie waren toen al buitenlands lid en letterkundige Martha Muusses was al correspondent. Carolina MacGillavry was echter de eerste vrouw met een aanstelling als gewoon lid. Ze vulde haar lidmaatschap met veel inzet en oprechte betrokkenheid in. Ze was ze van 1961 tot 1974 algemeen secretaris van de Akademie. Na haar emeritaat in 1972 stond ze als medeoprichter aan de wieg van de International Foundation for Science. Daarin vertegenwoordigde ze de KNAW jarenlang.  

Carolina MacGillavry in het academische veld

MacGillavry vergaarde in de eerste helft van de twintigste eeuw zowel nationale als internationale academische bekendheid door haar bijdrages aan de scheikunde en kristallografie. Ze studeerde scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze haar doctoraal behaalde en assistent werd van professor Smits. In 1937 promoveerde ze cum laude in de chemische kristallografie, in het bijzonder kristaldiffractie en de röntgenanalyse van kristalstructuren. Na de oorlog was ze een van de wegbereiders van de ‘directe methode’, een nieuwe rekenmethode voor kristalstructuren. Met haar contributie omtrent deze methode vestigde ze haar naam als internationale autoriteit op het gebied van kristallografie. Ze verscheen veelvuldig in Nederlandse en internationale vakbladen alsmede de standaardwerken van Maurits Escher en sprak op diverse internationale congressen. Na enige tijd afwisselend in de Verenigde Staten en in Nederland (in 1950 werd ze hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam) te hebben gewerkt, bleef ze vanaf 1957 in Nederland en was – naast haar onderzoeksactiviteiten – betrokken in een project over vastestoffysica bij Philips.

De impact van haar benoeming als lid van de KNAW werd onderstreept door de woorden van de toenmalige voorzitter van de afdeling natuurkunde, Albert Kluyver. Hij noemde het opmerkelijk dat vrouwen niet in de Akademie waren vertegenwoordigd. Volgens Kluyver kwam dit door de voorkeur van de Akademie voor de daad boven de bespiegeling. Hij sprak over MacGillavry als een markante uitzondering op de regel, waarmee haar benoeming extra diepte kreeg. 

Vrouwen bij de Akademie

De aanstelling van vrouwen bleef ook geruime tijd een uitzondering. In de twintigste eeuw werden er door het genootschap slechts vijftien vrouwen gekozen als gewoon lid, terwijl er twintig vrouwelijke buitenlandse leden en correspondenten bijkwamen. Ook in de laatste twee decennia maakte het aandeel vrouwen nooit meer dan vijftien procent van de benoemingen uit. Er is in de generaties onder de 52 wel sprake van een inhaalslag op gebied van diversiteit. Daar is de verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke leden inmiddels gelijk.

MacGillavry is als eerste vrouwelijk lid van grote waarde geweest voor de ontwikkeling van genderdiversiteit binnen de wetenschap. Haar benoeming heeft de discussie omtrent vrouwen bij de Akademie opengesteld. In de landelijke dagbladen werd er bovendien uitgebreid aandacht besteed aan de benoeming van een vrouw als hoogleraar en lid van de KNAW. Ook na haar overlijden is ze de inspiratie voor veel wetenschappelijke initiatieven die de bètawetenschappen en in het bijzonder de positie van vrouwen daarin ten goeden komen. Zo richtte de Universiteit van Amsterdam in haar naam een wervingsprogramma op voor vrouwelijke talenten in de bètawetenschappen: In 2019 werden zeven vrouwen als fellow aangesteld aan de Faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. Er is ook een wetenschappelijk fonds dat haar naam draagt. Daar kunnen academici uit Afrikaanse ontwikkelingslanden beroep doen om in Nederland te promoveren.