Geen directe zorgen over vrijheid van wetenschapsbeoefening in Nederland

13 maart 2018

Er zijn geen signalen dat er in de wetenschap in Nederland structureel sprake is van zelfcensuur en beperking van diversiteit aan perspectieven, maar we moeten wel alert blijven. Zo kan de steeds grotere nadruk op maatschappelijk relevant onderzoek de academische vrijheid beperken. Dat schrijft de KNAW in het op 13 maart 2018 verschenen advies Vrijheid van wetenschapsbeoefening in Nederland.

Om een verscheidenheid aan perspectieven de ruimte te bieden, is een open organisatie nodig waarin wetenschappelijk debat wordt gewaardeerd. Diversiteit van ideeën hoeft er niet noodzakelijkerwijs op het niveau van onderzoeksgroepen te zijn: essentieel is dat diversiteit er wel is op landelijk niveau.

De KNAW heeft zich naar aanleiding van een motie van de kamerleden Straus en Duisenberg gebogen over de vraag of er aanwijzingen zijn dat er in ons land sprake is van zelfcensuur of gebrek aan diversiteit in de wetenschap, en of er specifiek Nederlandse mechanismes zijn die de kans daarop vergroten.

Om goede en integere wetenschap te waarborgen heeft Nederland een systeem van wetten, gedragscodes en regelingen, waarin veel aandacht is voor thema’s als onpartijdigheid, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Dat systeem werkt best goed, constateert de Akademie, maar het is van belang om het actueel te houden en regelmatig te evalueren.

Bij de programmering van onderzoek ziet de KNAW wel risico’s. De samenleving krijgt steeds meer invloed op de onderzoeksvragen waarnaar de academische wereld onderzoek moet doen. Daardoor kan de ruimte voor onderzoeker-gedreven onderzoek in de knel komen. Ook projectfinanciering van wetenschappelijk onderzoek vormt, als de financier te veel invloed krijgt, een risico voor de academische vrijheid. Goede afspraken daarover (bijvoorbeeld doordat opdrachtgever en opdrachtnemer samen de Verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid ondertekenen) kunnen dat voorkomen.

Het advies benadrukt tevens het belang van een open organisatieklimaat binnen academische instellingen, waarin verschillen in perspectief en onderling debat worden gestimuleerd. Hierdoor ontstaat een diversiteit van ideeën waardoor de organisatie beter profiteert van divers samengestelde teams. In het onderzoeksbeleid moeten we per wetenschappelijke discipline streven naar diversiteit op landelijk niveau wat betreft onderzoeksbenadering en/of methodologieën.

De Akademie wijst op twee momenten waarop vooringenomenheid en het ongewenst beperken van ideeën het grootste risico vormt voor vrijheid van wetenschapsbeoefening: de benoeming van wetenschappelijk personeel, en het proces van peer review. De academische instellingen moeten zorgen voor een open vizier bij het opstellen van profielschetsen voor leerstoelen, voldoende externe inbreng in benoemingsadviescommissies, en transparante procedures.

Het briefadvies Vrijheid van wetenschapsbeoefening in Nederland is geschreven door de Commissie Vrijheid van Wetenschapsbeoefening van de KNAW, onder leiding van Nico Schrijver, hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Leiden en Staatsraad (lid van de Afdeling Advisering van de Raad van State).

Bijeenkomst 22 mei 2018

Downloads

KNAW-advies Vrijheid van wetenschapsbeoefening in Nederland