Nieuwsbericht Rathenau Instituut

Gemeenteraden kunnen gerichter aandacht geven aan digitalisering

17 september 2020

Digitalisering zorgt voor grote veranderingen binnen gemeenten. Toch spreken gemeenteraadsleden maar zelden over de maatschappelijke en sociale gevolgen ervan. Dat concludeert het Rathenau Instituut op basis van gesprekken met zo’n dertig raadsleden, wethouders, griffiers en deskundigen uit verschillende gemeenten. Een nieuw denkraam met vijf stappen kan lokale volksvertegenwoordigers helpen om bewustere keuzes te maken bij digitalisering.

Gemeenten maken op dit moment volop gebruik van digitale technologie en zien steeds meer nieuwe mogelijkheden op dit terrein ontstaan. Zo kunnen ze bijvoorbeeld via slimme lantaarnpalen niet alleen hun straten verlichten - al dan niet afgestemd op de actuele verkeersdrukte - maar ook toezicht houden op de veiligheid in buurten en burgers de mogelijkheid bieden om accu’s op te laden van elektrische auto’s en fietsen. Maar gemeentelijke digitaliseringsprocessen blijken ook regelmatig onverwachte neveneffecten te hebben die vaak ongewenst zijn.

Meer dan een uitvoe­ringskwestie

Er zijn drie belangrijke redenen waarom digitalisering zelden een onderwerp is op de agenda van de gemeenteraad, concludeert het Rathenau Instituut in het vandaag verschenen rapport Raad weten met digitalisering. Raadsleden zijn zich vaak nog te weinig bewust van de brede sociale en maatschappelijke impact van digitalisering. Daarnaast denken ze vaak dat ze onvoldoende kennis hebben om met dit thema aan de slag te gaan. Ook zien ze digitalisering vaak vooral als een uitvoeringskwestie en daarmee als iets dat niet onder hun verantwoordelijkheid valt.

Demo­cratische legitimatie ontbreekt

‘Doordat gemeenteraden zich weinig over digitalisering uitspreken, ontbreekt het feitelijk aan de democratische legitimatie van de beslissingen die worden genomen’, zegt directeur Melanie Peters van het Rathenau Instituut. ‘Het denkraam dat we hebben ontworpen helpt raadsleden om digitaliseringskeuzes te zien als politieke keuzes.’

Het denkraam is in principe toepasbaar voor alle beleidsterreinen en bestaat uit vijf stappen. Daarbij gaat het om het vaststellen van de doelen en het in kaart brengen van de mogelijkheden om daar invloed op uit te oefenen (de sturing), de gewenste en ongewenste effecten die daarbij kunnen optreden en hoe de sturingsmogelijkheden zo kunnen worden ingezet dat de gewenste maatschappelijke effecten maximaal zijn en de ongewenste worden geminimaliseerd.