Inventarisatie onderzoeksmethodes in de neurowetenschappen

27 juni 2019

In haar advies Transitie naar proefdiervrij onderzoek constateert het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid dat de mogelijkheden voor het substantieel verminderen van proefdiergebruik in de wetenschap sterk verschilt per onderzoeksdomein. Naar aanleiding van dat advies hebben de ministeries van OCW en LNV de KNAW gevraagd om, bij wijze van pilot, een streefbeeld te ontwikkelen voor het terugdringen van het gebruik van proefdieren in één wetenschapsdomein.

De KNAW heeft gekozen voor het bewerkelijke onderzoeksveld van de neurowetenschappen en daarvoor een commissie onder voorzitterschap van emeritus-hoogleraar Bijker ingesteld. Deze commissie heeft een verkenning opgesteld die vervolgens in het bredere perspectief van de huidige ontwikkelingen in het neurowetenschappelijk onderzoek is geplaatst. Dit heeft geresulteerd in de KNAW-inventarisatie Het belang van dierproeven en mogelijkheden tot vermindering daarvan in fundamenteel-neurowetenschappelijk onderzoek.

In de inventarisatie stelt de KNAW niet de dierproeven centraal, maar de grote overkoepelende wetenschappelijke vragen over hersenen en cognitie. De vraag bij deze inventarisatie is of een bepaalde techniek of methode antwoord kan geven op belangrijke en actuele onderzoeksvragen. Hierdoor hoeft geen een-op-een alternatief gezocht te worden voor elke afzonderlijke dierproef. Dit geeft ruimte voor nieuwe combinaties en strategieën van onderzoek, die proefdiergebruik minimaliseren en hoogwaardige wetenschap opleveren, zonder de dierproef te diskwalificeren of compleet uit te sluiten. Daarbij is het voor de KNAW essentieel dat de onderzoekskwaliteit – op een terrein waar Nederlandse onderzoekers internationaal excelleren – niet wordt ingeperkt. Het blijkt dat door ontwikkeling van nieuwe technologieën sommige onderzoeksvragen inderdaad met minder gebruik van dieren beantwoord kunnen worden. De inventarisatie beschrijft vijf soorten kansrijke ontwikkelingen die naar verwachting de komende jaren het meest kunnen bijdragen aan neurowetenschappelijk onderzoek met minder dierproeven. Hierbij is met name de aandacht voor invasieve methoden bij de mens innovatief. Hier is echter vanzelfsprekend sprake van strikte humaan-ethische grenzen.

Tegelijk constateert de KNAW dat de beschreven technieken en methoden serieuze beperkingen hebben, en dat hun bijdrage aan het fundamenteel onderzoek daardoor vooralsnog relatief bescheiden is en zal blijven. De KNAW kan geen betrouwbare voorspellingen doen over de ontwikkeling van het aantal noodzakelijke dierproeven voor fundamenteel neurowetenschappelijk onderzoek. Tegenover ontwikkelingen die in de toekomst mogelijk dierproeven kunnen besparen staan ontwikkelingen die, zeker op korte termijn, de noodzaak van dierproeven juist lijken te vergroten. De KNAW is er voorstander die wel zo veel mogelijk te vervangen, verminderen en verfijnen, om zo proefdierbesparend mogelijk te kunnen zijn.

De mate waarin beschikbare alternatieven al uitkomsten bieden voor het terugdringen van proefdiergebruik varieert per wetenschappelijk domein. De KNAW is graag bereid om te verkennen of en zo ja welke andere domeinen meer mogelijkheden bieden.