KNAW kiest 26 nieuwe leden

10 mei 2017

De KNAW heeft 26 nieuwe leden gekozen. Dat is inclusief de extra ronde voor vrouwelijke wetenschappers die de KNAW hield in het kader van het Westerdijkjaar. Leden van de KNAW, vooraanstaande wetenschappers uit alle disciplines, worden gekozen op grond van hun wetenschappelijke prestaties. De KNAW telt ruim vijfhonderd leden. Een lidmaatschap is voor het leven. Op donderdag 8 juni worden de nieuwe Akademieleden geïnstalleerd.

490x220_gevelTrippenhuis.jpg

De nieuwe leden zijn:

André Aleman (1975)
hoogleraar neurowetenschappen aan het Universitair Medisch Centrum Groningen

André Aleman is een innovatief, internationaal vooraanstaand hersenonderzoeker. Hij doet onderzoek naar onderwerpen als zelfmoord, veroudering, schizofrenie en depressie. Aleman bracht onder andere de hersenen in beeld van schizofreniepatiënten die stemmen horen. Zijn onderzoek komt geregeld in de leerboeken en op de bureaus van beleidsmakers terecht. Verder schreef Aleman, die eerder lid was van De Jonge Akademie, een internationale bestseller over het seniorenbrein en houdt hij lezingen voor een breed publiek.

Isabel Arends (1966)
hoogleraar biokatalyse en organische chemie aan de TU Delft

Isabel Arends onderzoekt nieuwe technieken waardoor chemische processen een stuk duurzamer worden. Ze onderzocht onder andere de basis van een proces waarmee geurstoffen kunnen worden gemaakt met grote precisie, door gebruik te maken van enzymen en zuurstof uit de lucht, en zonder vervuilende en giftige oplosmiddelen. Arends was een van de eerste onderzoekers die chemische en biokatalyse-processen met elkaar combineerde. Naast haar onderzoek houdt Arends zich bezig met onderwijs. Zo zette ze onder andere een succesvolle online cursus op over industriële biotechnologie.

Carlijn Bouten (1967)
hoogleraar biomedische technologie aan de Technische Universiteit Eindhoven

Carlijn Bouten is een pionier op het gebied van weefselkweek en regeneratieve geneeskunde. Ze bedacht onder andere een techniek die een beschadigd hart verleidt tot het maken van nieuwe hartkleppen. Het onderzoek van Bouten bevindt zich op het snijvlak van biologie, geneeskunde en techniek. Bouten kijkt niet alleen naar losse cellen, maar ook naar complete weefsels. Daarnaast combineert ze cellen met kunstmatig materiaal. Bouten, die eerder lid was van De Jonge Akademie, is een veelgevraagd expert voor discussies over ethische aspecten van weefselkweek in de gezondheidszorg.

Erwin Bulte (1968)
hoogleraar ontwikkelingseconomie aan Wageningen University & Research en aan de Universiteit Utrecht

Erwin Bulte is een ontwikkelingseconoom die met behulp van grootschalige experimenten in Afrika en Azië onderzoek doet naar de relatie tussen instituties en economische groei. Samen met zijn team onderzocht hij de relatie tussen geweld, altruïsme en economische groei in het door burgeroorlog geteisterde Burundi. Op het platteland van Sierra Leone en Liberia heeft hij onderzoek gedaan naar de invloed van lokaal bestuur en corruptie op de effectiviteit van ontwikkelingshulp en investeringskeuzes van dorpelingen. Bulte is ook verbonden aan Oxford en Cambridge University, en aan de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR).

Lisa Cheng (1962)
hoogleraar algemene taalwetenschap aan de Universiteit Leiden

Lisa Cheng vergelijkt Chinese talen met Afrikaanse en Europese talen. Ze werd bekend om haar analyses van vraagzinnen waarin een vraagwoord zit (zoals wie, wat en waar). In talen als het Nederlands staat dat vraagwoord altijd vooraan in de zin, in het Mandarijn nooit en in het Frans soms. Toch zijn het allemaal dezelfde vragen. Door verschillende talen met elkaar te vergelijken, probeert Cheng het wezen van de grammatica van menselijke taal te doorgronden. Daarnaast coördineert ze een groot Europees onderzoek naar allerlei facetten van meertaligheid.

Barbara Franke (1969)
hoogleraar moleculaire psychiatrie aan het Radboudumc

Barbara Franke is een expert op het gebied van de genetica van aandoeningen als ADHD, dyslexie en autisme. Ze onderzocht bijvoorbeeld welk deel van ADHD en autisme erfelijk is en welk deel niet. Ook liet ze met haar team zien hoe, op moleculair niveau, ADHD bij kinderen verschilt van ADHD bij volwassenen. Verder ontwikkelde Franke fruitvliegjes met ADHD om de invloed van genen op gedrag te onderzoeken. Anders dan bij mensen kunnen in deze diertjes genen eenvoudig worden aan- en uitgeschakeld. Franke is een veelgevraagd expert door media, patiëntenorganisaties en overheid.

Beatrice de Graaf (1976)
hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht

Beatrice de Graaf doet onderzoek naar de geschiedenis van veiligheid en (contra)terrorisme vanaf de negentiende eeuw tot heden. Met een internationaal team onderzoekt ze het ontstaan en de effecten van Europese veiligheidsregimes in de negentiende eeuw. Daarnaast bestudeert De Graaf hedendaagse vormen van radicalisering en duidt in de media de achtergronden van terrorisme en internationale spanningen. Ze is onder meer wetenschapscolumnist in de NRC, zit in de European Council on Foreign Relations, was lid van De Jonge Akademie en zat onder meer de Nationale Wetenschapsagenda voor.

Frank van Harmelen (1960)
hoogleraar kennisrepresentatie en redeneren aan de Vrije Universiteit

Frank van Harmelen is een prominent onderzoeker op het gebied van de kunstmatige intelligentie. Het doel van zijn onderzoek is dat computers zelf kunnen denken en redeneren. Daarvoor moet informatie op een voor computers logische manier beschikbaar zijn. Van Harmelen is een van de grondleggers van het zogeheten semantische web, een beschrijving van informatie op het internet waarmee computers aan de slag kunnen. De regels voor een semantisch web zijn inmiddels opgenomen in de standaarden voor www. Ook maakte Van Harmelen met zijn groep de Nederlandse richtlijn voor borstkanker begrijpelijk voor computers.

Amina Helmi (1970)
hoogleraar dynamiek, structuur en vorming van de Melkweg aan de Rijksuniversiteit Groningen

Amina Helmi onderzoekt de geschiedenis van onze Melkweg. Helmi liet zien hoe resten van kleinere sterrenstelsels zich samenvoegden tot de Melkweg. Ze gebruikte daarvoor gegevens van telescopen en verwerkte die in modellen en simulaties. Helmi was een van de eersten die met haar team de berg gegevens van de GAIA-satelliet doorspitte. Ze liet zien hoe sterren uit de buitenste regionen van de Melkweg zich als een soort spookrijders door de Melkweg bewegen. Helmi was eerder lid van De Jonge Akademie.

Frits Hilgen (1957)
universitair hoofddocent (cyclo)stratigrafie aan de Universiteit Utrecht

Frits Hilgen is wereldleider in de ontwikkeling van een nieuwe geologische dateringsmethode. Hiervoor legt hij een verband tussen sedimentaire patronen en astronomische veranderingen in de positie en stand van de aarde ten opzichte van de zon. Deze zogeheten astronomische dateringsmethode wordt gezien als de meest nauwkeurige techniek om de absolute ouderdom van de geologische tijdschaal te bepalen. Frits Hilgen werkt nauw samen met andere onderzoekers die omkeringen in het aardmagneetveld (Fort Hoofddijk), radiometrische dateringsmethoden (Vrije Universiteit) en klimaatveranderingen (KNMI) bestuderen.

Suzanne Hulscher (1966)
hoogleraar waterbeheer, in het bijzonder de watersystemen, aan de Universiteit Twente

Suzanne Hulscher onderzoekt de vorming en bewegingen van zandbanken en rivierduinen. Het bijzondere aan het onderzoek van Hulscher is dat ze op natuurkunde gebaseerde modellen combineert met gegevens over planten en dieren. De modellen van Hulscher worden gebruikt om de beste plek te berekenen voor kanalen, pijpleidingen en windmolenparken. Hulscher was eerder lid van De Jonge Akademie en adviseerde onder andere over de toekomst van de Afsluitdijk en over het natuurherstel van de Hedwigepolder in Zeeland.

Anita Jansen (1960)
hoogleraar experimentele klinische psychologie aan de Universiteit Maastricht

Anita Jansen is een experimenteel klinisch psycholoog die baanbrekend onderzoek doet naar eetstoornissen zoals anorexia, boulimia en obesitas. Jansen ontdekte bijvoorbeeld met haar team dat mensen met een eetstoornis een realistischer beeld van hun lichaam hebben dan gezonde mensen en dat eetgedrag grotendeels aangeleerd is. Dat gaat tegen de heersende ideeën in. Dit en ander werk van Jansen vormt de basis voor nieuwe behandelingen van eetstoornissen en obesitas. Jansen schreef een aantal populaire boeken en begeeft zich regelmatig in het publieke debat.

Yvette van Kooyk (1961)
hoogleraar moleculaire celbiologie aan VUmc

Yvette van Kooyk is gespecialiseerd in de celprocessen rond het ontstaan van kanker, hiv/aids en infectieziekten. Al deze ziektes hebben gemeen dat het immuunsysteem ontregeld is, doordat bepaalde afweercellen juist wel of juist niet een glycosyl-groep bevatten. Van Kooyk combineert scheikunde, biologie en geneeskunde en ontwikkelt nano-medicijnen die het immuunsysteem ondersteunen bij het gevecht tegen kanker en andere ziekten.

Marc Koper (1967)
hoogleraar fundamentele oppervlaktewetenschap aan de Universiteit Leiden

Marc Koper is een internationaal vermaard elektrochemicus. Hij maakt op het niveau van atomen inzichtelijk wat er gebeurt aan het oppervlak van elektroden. Het onderzoek van Koper leidt tot betere katalysatoren voor onder andere de omzetting van kooldioxide in brandstof. Koper werkt samen met chemiebedrijven aan duurzame energieproductie, energieopslag en energieconversie.

Luuk de Ligt (1963)
hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit Leiden

Luuk de Ligt is een expert op het gebied van de Romeinse geschiedenis. Hij vertaalde grote stukken van de belangrijkste Romeinse wetteksten en publiceerde een aantal gezaghebbende studies over het Romeinse Rijk. De Ligt bestudeert onder andere het functioneren van markten in de Grieks-Romeinse wereld, de bevolkingsgeschiedenis van Romeins Italië, de sociale structuur van antieke steden en de rol van steden binnen het Romeinse rijk. Hij combineert literaire en juridische bronnen met archeologische gegevens, gebruikt economische en demografische modellen en vergelijkt het Romeinse Rijk met andere grote, oude rijken zoals China.

Clara Mulder (1962)
hoogleraar demografie en ruimte aan de Rijksuniversiteit Groningen

Claartje Mulder heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de geografie, demografie en familiesociologie. Ze was een van de eerste wetenschappers die aan de hand van levenslopen keek hoe mensen keuzes maken op het gebied van werk, scheiding, familie en woonplaats. Mulder kon onder andere onderbouwd laten zien dat kinderen die dicht bij hun ouders wonen minder snel verder weg verhuizen dan kinderen die toch al ver weg wonen.

Heleen Murre-van den Berg (1964)
hoogleraar oosters christendom aan de Radboud Universiteit

Heleen Murre-van den Berg is een wereldwijd erkend specialist op het gebied van het christendom in het Midden-Oosten. Haar specialiteit is de periode tussen 1500 en 1850. Murre-van den Berg was de eerste die de slecht toegankelijke bronnen over christelijke missies uit die tijd toegankelijk maakte voor wetenschappelijke analyses. Zij heeft niet alleen een grote reputatie als wetenschapper, maar onderhoudt ook een groot netwerk in de christelijke gemeenschappen van het Midden-Oosten. Daarnaast is Murre-van den Berg een veel gevraagd commentator en duider van de hedendaagse positie voor christenen in het Midden-Oosten.

Bram Nauta (1964)
hoogleraar chipontwerp aan de Universiteit Twente

Bram Nauta is een ontwerper en bouwer van computerchips. Zijn chips met filters, versterkers en ruisonderdrukkers komen terecht in smartphones, tablets en computers. Het onderzoek en de inventieve ontwerpen van Nauta en zijn team zorgen er mede voor dat computerchips steeds beter worden. Nauta stond aan de basis van het 'Nauta-circuit', een zuinige signaalversterker die de basis vormt voor Bluetooth. Ook ontwikkelde hij de techniek van thermische ruisonderdrukking ver voordat die nuttig zou blijken in smartphones. Nauta startte op de mavo, werkte bij Philips en werd op zijn 34ste al hoogleraar.

Wiro Niessen (1969)
hoogleraar medische beeldverwerking aan het Erasmus MC en aan de TU Delft

Wiro Niessen is een vooraanstaand Nederlandse onderzoeker op het gebied van de medische beeldverwerking. In het begin van zijn carrière ontwikkelde Niessen nieuwe technieken voor kijkoperaties waarbij de chirurg via kleine openingen opereert. Daarna stortte hij zich op het verwerken en analyseren van grote hoeveelheden medische afbeeldingen, ook in combinatie met genetische data. Hierdoor kan bijvoorbeeld de diagnose dementie eerder worden gesteld, en de behandelkeuze bij kanker ondersteund. Niessen, die lid was van De Jonge Akademie, is naast onderzoeker ook een stimulerend docent en ondernemer.

John van der Oost (1958)
hoogleraar bacteriële genetica aan Wageningen University & Research

John van der Oost is al vijfentwintig jaar internationaal toonaangevend in het onderzoek van het erfelijk materiaal van bacteriën en andere micro-organismen. Met zijn groep was hij tien jaar geleden de eerste die het mechanisme ophelderde achter het CRISPR-Cas-afweersysteem van bacteriën. Daardoor konden onderzoekers nieuw gereedschap ontwikkelen waarmee ze doelgericht genetisch kunnen manipuleren. Recent ontrafelde Van der Oost een tweede bacterieel afweersysteem waardoor de genetische gereedschapskist verder wordt uitgebreid. De vindingen van Van der Oost helpen mee om in de toekomst gentherapie uit te voeren: het repareren van genetische afwijkingen.

Patricia Pisters (1965)
hoogleraar filmwetenschap en mediastudies van de Universiteit van Amsterdam

Patricia Pisters is momenteel directeur van de Amsterdam School of Cultural Analysis (ASCA). Voor haar onderzoek en onderwijs werkt ze op het snijvlak van filmstudies, mediastudies, filosofie en neurowetenschappen. Pisters analyseert de hedendaagse (beeld)cultuur en onderzoekt hoe beelden ons denken beïnvloeden. Ze bestudeerde het werk van Hitchcock in een handboek over filmtheorie en deed onder meer onderzoek naar Maghreb-cinema, nieuwe Hollywood-esthetiek en Nederlandse filmcultuur.

Maarten de Rijke (1961)
hoogleraar informatieverwerking en internet aan de Universiteit van Amsterdam

Maarten de Rijke is het meest bekend vanwege zijn bijdragen aan de information retrieval, de wetenschap achter zoekmachines. Met zijn team werkt hij aan zoekmachines die zelfstandig leren van het gedrag van hun gebruikers om de resultaten te verbeteren. Hij was een van de eersten die zoekmachines voor sociale media ontwikkelden en die zoekmachines de kennis in Wikipedia liet gebruiken om verbanden te leren en analyses uit te voeren. In recent onderzoek ontwikkelt hij zoekmachines die hun eigen uitkomsten verklaren. Zijn promovendi en postdocs zijn uitgewaaierd over de hele planeet om bij te dragen aan betere zoekmachinetechnologie.

Thomas Spijkerboer (1963)
hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit

Thomas Spijkerboer verricht toonaangevend onderzoek op het terrein van het Nederlandse, Europese en internationale migratie- en vluchtelingenrecht. Hij publiceerde onder andere wetenschappelijke boeken, artikelen en opiniestukken over homovluchtelingen, over de mensen die sterven tijdens hun overtocht van de Middellandse Zee, en over de crisis van het Europese asielrecht. De uitkomsten van het onderzoek van Spijkerboer leiden geregeld tot aanpassingen in Europees en nationaal recht en in het vreemdelingenbeleid.

Linda Steg (1965)
hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen

Linda Steg richt zich op de vraag hoe we milieubewust gedrag kunnen begrijpen, voorspellen en beïnvloeden. Ze onderzocht onder andere hoe mensen hun auto gebruiken en waarom mensen energie verspillen. Steg liet zien dat als het om het milieu gaat, mensen zich minder laten leiden door kosten-batenanalyses, feiten en argumenten en meer door normen, waarden en gevoelens. Het onderzoek van Steg helpt beleidsmakers die het gedrag van mensen willen beïnvloeden.

Marcel Visser (1960)
afdelingshoofd dierecologie aan het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), bijzonder hoogleraar ecologische genetica aan Wageningen University & Research, bijzonder hoogleraar seizoenstiming van gedrag aan de Rijksuniversiteit Groningen

Marcel Visser was een van de eerste wetenschappers die aantoonde hoe klimaatverandering de voedselketen van planten en dieren verstoort. Hij zag onder andere dat als eiken eerder uitlopen, de voedselpiek van rupsen in het bos eerder valt en dat koolmezen te laat zijn om rupsen voor hun jongen te vinden. Het bijzondere aan het onderzoek van Visser is dat hij verschillende disciplines in de biologie met elkaar combineert. Van genetica in organismen via populaties tot ecosystemen. En van veldproeven tot labexperimenten en modellen.

Piek Vossen (1960)
hoogleraar computationele lexicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Piek Vossen ontwikkelt computermodellen die taal begrijpen. Vossen leidde EuroWordNet, een project waarbij woorden in acht talen via hun betekenis met elkaar verbonden worden en samen een groot netwerk (spinnenweb) vormen. Computers gebruiken zulke netwerken om het verschil te zien tussen bijvoorbeeld bank als spaarbank en zitbank in een tekst. Verder wordt Vossen beschouwd als de belangrijkste Nederlandse onderzoeker op het gebied van text-mining. Hij bedacht de 'Geschiedenisrecorder': een computersysteem dat massaal nieuwsberichten leest, gebeurtenissen herkent en aan elkaar koppelt om zo automatisch de geschiedenis over jaren vast te leggen. Vossen werkte zo'n tien jaar in het bedrijfsleven voor zijn bliksemcarrière in de wetenschap begon.

Verder zijn als buitenlands lid benoemd:

Peter Carmeliet (1959)
hoogleraar geneeskunde aan de KU Leuven (België)

Peter Carmeliet is internationaal zeer vermaard vanwege zijn onderzoek naar de groei en de functie van bloedvaten. Hij liet onder andere zien welke signaalmoleculen een rol spelen bij de ontwikkeling van bloedvaten. Ook onderzocht hij hoe de vaatgroei verloopt in tumoren. Het onderzoek van Carmeliet leidde tot een medicijn dat ervoor zorgt dat bepaalde hersentumoren bij kinderen geen zuurstof en voedsel meer krijgen. Ander onderzoek van Carmeliet leidt mogelijk tot een betere behandeling van de ziekte ALS.

Guido Imbens (1963)
hoogleraar toegepaste econometrie en economie aan Stanford University (Verenigde Staten)

Guido Imbens behoort tot de meest vooraanstaande econometristen ter wereld. Na een opleiding als econometrist in Rotterdam zette hij zijn loopbaan voort in de Verenigde Staten. Imbens is het meest bekend vanwege de door hem ontwikkelde methoden die het effect van beleid op de economie op een onbevooroordeelde manier kunnen meten. Beleidsmakers en onderzoekers gebruiken de methoden van Imbens bijvoorbeeld om te voorspellen of het helpt om overbodig geworden arbeiders om te scholen voor ander werk. De laatste jaren richt Imbens zich onder andere op kunstmatige intelligentie en machine learning. Hij werkt daarbij samen met onderzoekers van Facebook en Amazon.