Tien nieuwe leden voor De Jonge Akademie

10 december 2019

De Jonge Akademie krijgt tien nieuwe leden. Het zijn onderzoekers uit verschillende disciplines die zich wetenschappelijk hebben bewezen, en minder dan tien jaar geleden zijn gepromoveerd. Zij worden officieel als lid geïnstalleerd op 23 maart 2020.

Hun lidmaatschap duurt vijf jaar, waarin ze zich sterk maken voor projecten op de gebieden van wetenschap, wetenschapsbeleid en wetenschapscommunicatie.

De tien nieuwe leden zijn

Dr. Tim Baarslag (artificial intelligence, Centrum Wiskunde & Informatica en Universiteit Utrecht)
Tim Baarslag is AI-wetenschapper en onderzoekt hoe computers met elkaar kunnen onderhandelen, zodat ze beter kunnen samenwerken. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut CWI en aan de Universiteit Utrecht. Baarslag pleit ervoor mensen te wijzen op zowel de positieve als de negatieve effecten van nieuwe technologieën. Zo kan bijvoorbeeld door kunstmatige intelligentie onze controle over privégegevens afnemen. Dat wil Tim Baarslag tegengaan door te onderzoeken hoe we via computers zeggenschap kunnen krijgen over het gebruik van onze data. Als lid van De Jonge Akademie wil hij pleiten voor een open wetenschap, met oog voor maatschappelijk draagvlak voor de praktische oplossingen en uitdagingen van nieuwe technologieën.

Dr. Thijs Bol (sociologie, Universiteit van Amsterdam)
Socioloog Thijs Bol werkt aan de Universiteit van Amsterdam. Hier onderzoekt hij ongelijkheid in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en in de wetenschap en doceert hij over ongelijkheid en onderzoeksmethoden. Bol mengt zich actief in publieke debatten. Zo kreeg zijn onderzoek naar Mattheüs-effecten in de Nederlandse wetenschapsfinanciering veel belangstelling in nationale en internationale media. Deze studie liet zien dat onderzoekers die nét een grote beurs winnen daarna veel meer wetenschapsfinanciering ontvangen dan vergelijkbare onderzoekers die de beurs nét missen. Hij concludeert dat er grote zelfversterkende effecten zijn in de Nederlandse wetenschapsfinanciering: succes leidt tot succes, wat de vroege carrière tot een cruciale periode maakt. Bij De Jonge Akademie wil Thijs Bol verder bouwen aan kennis over hoe we wetenschap in Nederland kunnen financieren, en daarmee het ontstaan van rechtvaardiger beleid bevorderen.

Dr. Karwan Fatah-Black (geschiedenis, Universiteit Leiden)
Historicus Karwan Fatah-Black doet aan de Universiteit Leiden onderzoek naar het Nederlandse koloniale verleden, slavernij en Suriname. Voordat hij aan zijn promotie begon, werkte hij enkele jaren als docent in het middelbaar onderwijs. Fatah-Black wordt regelmatig gevraagd advies te geven aan musea of ministeries over de omgang met het koloniale- of slavernijverleden. Binnen De Jonge Akademie wil hij zich inzetten om het gat te dichten tussen de internationaal georiënteerde wetenschap en de actuele vragen van het Nederlandse publiek. Hij wil zoeken naar de beste manieren waarop wetenschappers kunnen omgaan met maatschappelijke partijen.

Prof. dr. ir. Tom de Greef (synthetische biologie, Technische Universiteit Eindhoven en Radboud Universiteit)
Tom de Greef is hoogleraar biofysische chemie aan de Radboud Universiteit, en universitair hoofddocent synthetische biologie aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is gespecialiseerd in synthetische biologie en DNA-nanotechnologie, die hij toepast in de ontwikkeling van een moleculaire computer. Zo combineert hij fundamentele wetenschap met praktische toepassingen in nieuwe technologieën. Ook binnen De Jonge Akademie wil hij zich richten op het stimuleren van toepassingsgericht fundamenteel onderzoek via missiegedreven programma's. Verder pleit hij voor een vermindering van gelden voor projecten waarin bedrijven en universiteiten samenwerken. Daarnaast is hij voorstander van meer ruimte voor interdisciplinaire samenwerking. De Greef mengt zich ook actief in publieke debatten rondom de normen en waarden van (technisch) wetenschappelijk onderzoek.

Dr. Liesbeth van de Grift (geschiedenis, Universiteit Utrecht)
Liesbeth van de Grift werkt aan de Universiteit Utrecht en doet onderzoek naar de organisatie van politieke inspraak in de twintigste eeuw, en naar de veranderingen in onderliggende opvattingen over democratische legitimiteit sinds de opkomst van natuur en milieu op de politieke agenda. In haar onderzoek richt ze zich op de rol van belangenorganisaties en georganiseerde burgers in de Europese integratiegeschiedenis. Ze vindt dat er in het voortgezet onderwijs meer aandacht moet komen voor de Europese Unie. Als lid van De Jonge Akademie wil ze bijdragen aan discussies over de rol van universiteiten in een samenleving die polariseert.

Dr. Liesbeth Janssen (theoretische fysica en chemie, zachte gecondenseerde materie, Technische Universiteit Eindhoven)
Na haar promotie in de moleculaire kwantumchemie raakte Liesbeth Janssen zo geboeid door zachte en levende materialen, dat ze van vakgebied is gewisseld. Haar onderzoek ligt op het grensvlak tussen natuurkunde, materiaalkunde en biologie. Terwijl Janssens wissel van vakgebied eerst met scepsis werd ontvangen, heeft de overstap goed uitgepakt: Janssen formuleerde een nieuwe ‘first-principles’-theorie van glasvorming. Die gebruikt ze nu om bijvoorbeeld glasachtig gedrag te verklaren van levende cellen tijdens wondgenezing. Bij De Jonge Akademie wil Janssen meer ruimte vragen voor pionieren in onderzoek. Daarnaast wil ze bijdragen aan een beter diversiteits- en inclusiviteitsbeleid in de wetenschap.

Dr. Maryam Kavousi (epidemiologie, Erasmus MC)
Arts-epidemioloog Maryam Kavousi van het Erasmus MC in Rotterdam onderzoekt genderverschillen op het gebied van hartkwalen en stofwisseling. Zo heeft ze bijgedragen aan de ontwikkeling van internationale richtlijnen voor het voorspellen van hart- en vaatziekten bij vrouwen en bij mannen. Ook is Kavousi medeontwikkelaar van de Nederlandse leidraad voor de behandeling van bloedvataandoeningen. Als geëmigreerde vrouwelijke wetenschapper maakt ze zich hard voor inclusiviteit in de wetenschap. Zo vraagt Kavousi aandacht voor genderverschillen in zowel onderzoek als onderwijs als in de gezondheidszorg. Bij De Jonge Akademie wil ze zich inzetten onder andere voor steun aan (gevluchte) nieuwkomers in de wetenschap en voor de vertegenwoordiging van diverse bevolkingsgroepen in de onderzoekswereld.

Dr. Lotte Krabbenborg (wetenschaps- en technologiestudies, Radboud Universiteit)
Socioloog en politiek filosoof Lotte Krabbenborg bestudeert de verschillende manieren waarmee burgers invloed uitoefenen op de totstandkoming, uitvoering en maatschappelijke inbedding van wetenschap en technologie. Ze is vooral geïnteresseerd in de mogelijkheden en belemmeringen om al vroeg te identificeren welke ethische en maatschappelijke aspecten van nieuwe technologieën moeten meetellen bij besluitvorming over wetenschaps- en technologieontwikkeling. Bekende voorbeelden waarbij die spelen zijn nanotechnologie en genoombewerking. Binnen De Jonge Akademie wil Lotte Krabbenborg evaluatieonderzoek doen naar initiatieven met als doel wetenschap en technologieontwikkeling te democratiseren, zoals De Nationale Wetenschapsagenda. Ze wil zich ook inzetten voor het ontwikkelen van (institutionele) richtlijnen waarmee de dialoog tussen wetenschap en samenleving kan worden geoptimaliseerd.

Dr. Linnet Taylor (datawetenschap, Tilburg University)
Linnet Taylor werkt aan Tilburg University aan het ERC-project Global Data Justice. Ze streeft naar een rechtvaardig gebruik van data, datawetenschap, en kunstmatige intelligentie. Ze vindt dat er in onderzoek, en daarbuiten, meer rekening gehouden moet worden met minderheden en vrouwen. Dan kunnen bestaande ongelijkheden afnemen. Ook moet er beter nagedacht worden over het (mee)betalen aan onderzoek door bedrijven. Zo vindt Taylor het belangrijk dat onderzoeksgeld fundamenteel en kritisch onderzoek ondersteunt, en dat er goede spelregels zijn voor wat voor soorten academisch onderzoek bedrijven mogen financieren. Voor die onderwerpen wil Linnet Taylor zich ook sterk maken in De Jonge Akademie.

Dr. Hilde Verbeek (gerontologie, ouderenpsychologie en verplegingswetenschap, Maastricht University)
Hilde Verbeek doet onderzoek naar de zorgomgeving voor kwetsbare ouderen, in het bijzonder verpleeghuiszorg. Hierin zoekt Verbeek naar innovatieve concepten die werken, bijvoorbeeld door aanpassingen van werkwijzen en architectuur. Haar werk wordt veelvuldig aangehaald binnen en buiten haar vakgebied, tot zelfs in de Tweede Kamer. Verbeek zet haar expertise ook bewust in buiten de academische wereld, bijvoorbeeld als adviseur voor de Raad van Ouderen en vanuit de Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid-Limburg, een structurele samenwerking met zeven zorgorganisaties en vier kennisinstellingen (universiteit, hogeschool, twee mbo’s.) Ze is voorstander van het detacheren van onderzoekers bij zorginstellingen, zodat bewoners en hun naasten, medewerkers en onderzoekers zoveel mogelijk van elkaar kunnen leren. Ook binnen het onderzoek zelf is ze voorstander van samenwerking, via team science. Binnen De Jonge Akademie wil ze ook werken aan interdisciplinariteit en een grotere waardering van onderzoeksteams, in plaats van individuele wetenschappers.