Werken voor de wetenschap

Hanno Brand (Fryske Akademy)

Deze keer in Werken voor de wetenschap Hanno Brand en Marit Bijlsma (lees interview) van de Fryske Akademy. Hanno is er directeur en Marit grant officer. De Fryske Akademy zet zich in voor fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek naar de Friese taal, geschiedenis en cultuur.

Hanno Brand

Directeur van de Fryske Akademy. Geboren in 1959 in Gouda.

Wat is er mooi aan het werken bij de Fryske Akademy?
‘Wij zijn een onderzoeksinstituut waar je langdurig en fundamenteel onderzoek kunt doen. Een goede gemeenschap van specialisten op het gebied van taal, geschiedenis en sociale wetenschappen. Ons onderzoek heeft altijd betrekking op Friese onderwerpen. Rijk en provincie zijn onze hoofdfinanciers. Zo zit je vanzelf op het snijvlak van wetenschap en toepassing. We doen onderzoek naar taal, maar maken ook online woordenboeken. Bij geschiedenis en sociale wetenschappen maken we die koppeling ook. Met dat onderzoek ondersteunen we bijvoorbeeld het provinciaal beleid.’ 

Wat wilde u als kind worden? En hoe kwam u bij de Akademy terecht?
‘Ik wilde historicus worden. Daar speelde mijn geschiedenisleraar, meneer Joris, een grote rol bij. Hij kon je inspireren door zijn eigen fascinatie voor het vak. Tijdens mijn doctoraal ontdekte ik het archiefonderzoek. Mijn loopbaan is vrij grillig. Ik werkte in Leiden, Gent, Parijs en Groningen. In 2009 werd ik hoofd van de vakgroep geschiedenis van de Akademy. En nu ben ik directeur. Onderzoek faciliteren is dankbaar, spannend en divers werk.’ 

In 2018 is Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa. Het kernthema is: naar een “Iepen Mienskip” (open gemeenschap). Wat merk je bij de Fryske Akademy van die Iepen Mienskip?
‘Iepen Mienskip is de slogan waarmee Leeuwarden culturele hoofdstad is geworden. Het idee is dat initiatieven van onder af ontstaan en dat de hele gemeenschap kan participeren. Voor een wetenschappelijk instituut is dat bijna een open deur. Ons onderzoek is internationaal georiënteerd. We hebben een mengeling van Friese en niet-Friese medewerkers. Ook uit het buitenland natuurlijk. Zo krijgen we een heel waardevolle blik van buiten naar binnen.’

Welk recent onderzoek(-sresultaat) heeft u verbaasd?
‘Er zijn veel mooie voorbeelden, maar als ik moet kiezen, dan noem ik toch graag Wetsus, het “European centre of excellence for sustainable water technology”, hier in Leeuwarden. En dan vooral hun proefopstelling op de afsluitdijk waar ze met zoet en zout water, gescheiden door membranen, elektriciteit opwekken. Fascinerend!’

Het wordt steeds moeilijker om geld te vinden voor fundamenteel onderzoek. Wat zou volgens u beter kunnen?
‘Geesteswetenschappen zijn goedkoop in vergelijking met de exacte wetenschappen. Toch is moeilijk om aan geld te komen, omdat er zo’n enorme competitie is. De tijd die je in de aanvragen steekt, gaat niet naar onderzoek. Europese aanvragen zijn enorm ingewikkeld, je moet bureaus inhuren om die aanvragen te maken. Er zou echt minder bureaucratie moeten komen. Anderzijds kunnen instituten ook meer aan kennisdeling doen en vaker samen aanvragen indienen. Daar kunnen we als KNAW nog veel meer op sturen.’ 

Als uw instituut een miljoen kreeg, waar zou u dat geld dan het liefste aan besteden?
‘Aan een “laboratorium” waar je taalonderzoek, historisch onderzoek, sociale wetenschappen en ICT bij elkaar brengt. Waar je investeert in mensen én ICT. Op die manier kunnen we als Fryske Akademy het bronnenmateriaal op het gebied van taal en cultuur verzamelen en wereldwijd beschikbaar maken.’ 

Bij welk ander KNAW-instituut zou u (weer) eens een kijkje willen nemen?
‘Ik ben nog nooit bij het NIOO geweest. Zij hebben een aantal jaren geleden een nieuw gebouw gekregen en wij hebben pas verbouwd - met allerlei slimme toepassingen. Het is aardig om dat eens naast elkaar te leggen. In wezen moet je alle instituten af om te zien wat er gebeurt. Misschien is het een idee om niet alleen in Het Trippenhuis te vergaderen, maar te rouleren. Ook voor het personeel is het heel goed om bij elkaar te kijken. Daarom ben ik blij met de KNAW-meeloopdagen. Maar het kan nog verder, je kunt ook onderling personeel uitwisselen.’ 

De KNAW is o.a. de stem en het geweten van de wetenschap. En pleitbezorger van fundamenteel onderzoek. Maar waarmee zou de KNAW nog meer aan de slag moeten?
‘De KNAW heeft een wetenschapspijler en kunstpijler. In mijn beleving zijn dat nog twee gescheiden werelden. Ik denk dat het nuttig is om nog meer verbinding te maken. Als je bijvoorbeeld een verbinding kunt leggen met één van de kunsten, vergroot je daarmee ook de toegankelijkheid van het onderzoek. Dat kan naar twee kanten heel inspirerend werken.’

Lees ook het interview met grant officer Marit Bijlsma



Interviews: Carel Jansen