Werking

Op deze pagina treft u de vragen aan over de vaccinatie en het coronavirus in de rubriek 'Werking'.

Vraag 104

Er is onduidelijkheid over de locatie van vaccinatie (zelfde arm, tegenovergestelde arm)  en het effect van de vaccinatiebooster. B cell memory ontwikkelt zich aan de kant van injectie in de dichtsbijzijnde lymfeknoop. Is het beter twee keer in dezelfde arm te vaccineren (B cell memory boost in zelfde germinal center), of beter om de boost in de tegenovergestelde arm te geven (zowel links als rechts B cell memory/germinal center)? Heeft iemand hiernaar gekeken? En is bekend of überhaupt geregistreerd wordt in welke arm het vaccin wordt gezet?

Tijdens de fase 1-2-3 studies werd het vaccin steeds in dezelfde arm gegeven, dus de effectiviteit is gebaseerd op deze procedure en moet dan zo worden uitgevoerd. Het idee is dat de afweerreactie in en rond de lymfeklieren nabij dezelfde armspier beter wordt versterkt bij de tweede injectie, omdat de concentratie immuuncellen daar het hoogst zal zijn. 

Vraag 105

Zal het vaccin ook tegen de vasculaire complicatie beschermen?

Ja, want deze complicatie is het resultaat van de infectie die in de kiem gesmoord wordt door het vaccin.

Vraag 106

Wat is het voordeel van injectie van de mRNA-vaccins in spierweefsel?

Je kunt mensen vaccineren door het vaccin in te spuiten in de huid, onder de huid en in de spier. Sommige vaccins kunnen ook geslikt of in de neus gesprayed worden. Voor massale toediening is in de spier het simpelste. Dit is dus een pragmatische keuze. Dit type vaccinatie wordt al tijden gedaan en gaat goed zonder veel ongemak. 

Vraag 107

Wat gebeurt er met het mRNA in het lichaam, zowel voor, tijdens als na de aanmaak van het spike-eiwit?

Het mRNA is chemisch gemaakt en gestabiliseerd. De vetbolletjes met RNA worden opgenomen door de cellen, en het mRNA wordt dan op de normale manier in cellen vertaald naar eiwit. Na een dag of 5 verdwijnt het mRNA (het wordt afgebroken) en dan stopt ook de productie van het spike-eiwit.

Vraag 108

Kees Melief zegt dat immuniteit komt door antistoffen. Hebben T-cellen (Th en CTL) hierbij ook een rol?

IgG-antistoffen worden alleen gevormd onder invloed van T-helpercellen.

Vraag 109

Speelt IgA nog een rol bij COVID-19  ook bij vaccinatie?

IgA speelt naast IgG waarschijnlijk ook een rol bij virusneutralisatie in de slijmvliezen maar daar is wat betreft SARS-CoV-2 nog niet veel over bekend.

Vraag 110

Kees Melief stelde dat het vaccin voorkomt dat het virus zich repliceert. Betekent dat dat de COVID-19 vaccins er dan naar verwachting ook voor zorgen dat mensen niet meer besmettelijk zijn?

Dat is correct: de fabrikanten hebben nog geen data doordat daarvoor de studies te kort lopen. We verwachten (en hopen!) wel dat mensen na vaccinatie minder besmettelijk zullen zijn, maar weten dus nog niet of dat zo is en in welke mate.

Vraag 111

Neemt de immuunrespons de taak van het vaccin geheel over voordat het lichaam het vaccin opgeruimd heeft? Hoe snel ruimt het lichaam het vaccin op?

Het lichaam reageert op het vaccin qua antistofrespons tegen de spike even sterk als tegen het virus zelf. Omdat het vaccin zichzelf niet kan repliceren  wordt het vaccin eerder opgeruimd dan het levende virus dat wel kan delen.

Vraag 112

Zou het niet nuttig zijn om de meest voorkomende bijwerkingen een andere naam te geven, namelijk horend bij de hoofdwerking, namelijk opwekking van immuniteit onder andere door een lokale ontstekingsreactie. Dus: 'Kort na de vaccinatie is er op de injectieplaats een lokale ontstekingsreactie (pijn, roodheid), gevolgd door een onstekingsreactie in het hele lichaam, alsof er een echte virusinfectie plaatsvindt (koorts, moeheid). Dit is dus normaal en betekent dat het vaccin goed werkt.'

De hoofdwerking is bescherming tegen  COVID. Pijn en andere ontstekingsverschijnselen zijn dus bijwerkingen. Te stellen dat zo'n reactie betekent dat het vaccin goed werkt is te kort door de bocht. We kennen vaccins die veel van dit soort bijwerkingen hadden, maar nauwelijks beschermend waren (zoals het oude tyfusvaccin) en vaccins die juist heel weinig lokale reactie oproepen en wel goed beschermen (bijvoorbeeld rabiesvaccin). Maar het is zeker een goed punt om in de communicatie te benadrukken dat men van bij een bepaald vaccin bekende, veelvoorkomende bijwerkingen niet moet schrikken, dat die bijwerkingen horen bij het  immuniteitsopwekkend effect, en dat ze in de regel snel overgaan.

Vraag 113

Knotternerus vertelt dat er 3 tot 6 maanden bescherming is. Betekent dit dat als het tegenzit we ons elke 3 tot 6 maanden moeten laten hervaccineren?

Het gaat om wat nu op grond van het onderzoek (met nog relatief korte follow-up) mag worden aangenomen. Langere duur van bescherming is zeer aannemelijk, maar moet door monitoring/follow-up wel worden aangetoond.

Vraag 114

Zijn de systemische bijwerkingen het gevolg van de afweerrespons?

Wat je kunt zeggen is dat de lokale en systemische bijwerkingen betekenen dat het afweersysteem mogelijk geactiveerd is.

Vraag 115

Is er - kwantitatief - iets te zeggen over het relatieve belang van cellulaire (T-cel) afweer versus humorale (AL) afweer bij bestrijding van het coronavirus?

Het blijkt dat we beide responsen in zowel patiënten als gevaccineerden zien. De vraag is wel lastig, want de antilichamen zullen de vrijgekomen virussen aanvallen terwijl de T-cellen de geïnfecteerde cellen doden. Dat laatste kan schade opleveren aan weefsel. Het is redelijk aan te nemen dat ze beide ongeveer even belangrijk zijn, maar wel verschillend zijn bij verschillende stadia in de infectie. Als het virus in het neusslijmvlies zit, dan zijn T-cellen niet belangrijk, maar bepaalde antilichamen wel. Als er veel weefsel geïnfecteerd wordt, dan is dit mogelijk andersom.

Vraag 116

Je verwacht door het blootstellen aan (in principe vreemd) mRNA toch een enorme IFN/ISG-respons. Hoe komt het dat onze cellen het ingespoten mRNA vertalen in eiwit,  zou het een kwestie zijn van enorme overvloed?

Het gaat om een normale reactie van cellen op de intracellulaire aanwezigheid van mRNA. Er is bij vaccinatie zeker geen enorme interferonrespons. In ieder geval is die respons zeker minder dan bij het optreden van coronavirusinfectie.

Vraag 117

Is het spike-eiwit zo goed geconserveerd dat een vaccin tegen verschillende virusstammen effectief is? Waarom niet meerdere antigenen targeten?

Op dit moment is er weinig variatie waargenomen in het spike-eiwit. De waargenomen variatie lijkt bovendien geen impact te hebben op de werking van het vaccin. Als dat wel gebeurt, dan kun je het vaccin aanpassen.

Vraag 118

Is het mogelijk dat een vaccin meerdere targets heeft?

Dat kan, het is de basis van het vaccin uit China dat een geïnactiveerd virus gebruikt. Dit geeft iets meer risico bij vaccinatie, en is mogelijk niet nodig.

Vraag 119

Als ik het goed begrijp zijn een dag of 5 na vaccinatie de T- en B-cellen in gereedheid en die blijven maanden aanwezig. Waarom is erg gekozen voor een tussentijd van enkele weken tussen de eerste en tweede vaccinatie en wat is het risico van de Britse aanpak om deze periode te verlengen verlengen of vaccintypes te mixen?

Vaccinaties bestaan vaak uit een prime, die in feite het afweersysteem in werking zet, en een boost, waarbij de afweerrespons heel sterk wordt en er ook iets als 'geheugen voor de infectie' wordt opgebouwd. De tijd tussen prime en boost ligt niet vast, maar de huidige tijd is getest. Hiervan kan dan de effectiviteit gegarandeerd worden. Een langere tijd tussen prime en boost is mogelijk, maar we weten niet hoe goed dat werkt. Dit geldt ook voor het mixen van twee verschillende vaccins. Het kan zelfs zo zijn dat die beter werken, maar we weten het gewoon niet, omdat het niet getest is. Dit is de reden om vast te houden aan de vastgestelde volgorden in tijd en vaccins.

Vraag 120

Het mRNA-vaccin dringt dus de cel binnen, maar komt niet in de celkern en het adenovirusvaccin wel? Wat maakt dat verschil uit?

Het adenovirus heeft dat nodig voor de replicatie en is daar dus helemaal op gebouwd. mRNA komt daarentegen in de cel uitsluitend in het cytoplasma voor. Dus ook dit ligt in de normale biologie opgesloten. Er is geen nucleair importmechanisme voor mRNA.

Vraag 121

Waarom zijn er twee injecties nodig en wat is het effect om de tijd tussen de voorgeschreven injecties op te rekken?

Janssen mikt op één injectie. De andere fabrikanten doen er twee, omdat ze weten dat dat een betere respons geeft. De tijd ertussen uitzoeken kost tijd. Dus vooralsnog gaan ze uit van eerder opgedane ervaring.

Vraag 122

Hoe snel is het vaccin effectief? Met andere woorden binnen hoeveel tijd na toedienen vaccin is men voldoende beschermd om veilig blootgesteld te mogen worden aan mensen met COVID-19?

Precies weten we dit nog niet, maar naar analogie van andere vaccins komt de antistofproductie na ongeveer een week op gang en in de loop van de volgende weken wordt men dan steeds beter beschermd.

Vraag 123

Is bekend welke lipide/polymeer-coat voor de liposomen word gebruikt?

Ja Ioniseerbaar cationic lipid/ phosphatidylcholine/ cholesterol/ PEG-lipid  in verhouding 50:10:38.5:1.5 mol/mol in liposoom nanopartikels van ongeveer 80nm grootte als beschreven in Pardi et al. J of Controlled Release, als geciteerd in Mulligan et al. Nature June 2020.

Vraag 124

Hoe hoger de groepsimmuniteit, hoe groter het leger dat ons beschermt tegen het virus. Wordt na vaccinatie de kracht van het virus dan evenredig snel minder?

Hoe een virus zich in de tijd ontwikkelt, leert alleen de tijd. Maar bij andere virussen werd altijd gezien dat de volgende generaties vriendelijker werden. Het is dus te verwachten dat COVID-19 op termijn weer een verkoudheidsvirus wordt. Maar dat zal de toekomst moeten uitwijzen.